on-line en on-demand denken
Laatst gewijzigd op: 09-01-2007
Misschien lijkt het triviaal, maar ik denk dat het het grootste probleem uit de geschiedenis van de filosofie is: Het probleem van de rechtvaardiging van autoriteit.
Met waarheidsclaims, geen enkele theorie kan zonder, wordt impliciet het probleem van de autoriteit gesteld.
Een bekend voorbeeld, dat professor Herman Philipse gebruikt in zijn lezing over Nietzsche is dat van Luther tegenover de pausen en concilies. De heersende mening ten tijde van Luther was dat alles wat pausen en concilies zeiden waar was. Luther ging daar tegen in en kwam tot het extreem tegenovergestelde standpunt: Alleen dat wat mijn eigen geweten mij ingeeft dat waar is, is waar. Het is een onoplosbaar probleem omdat de beide standpunten niet met elkaar verenigbaar zijn.
Zodra een probleem een tegenstelling wordt tussen waarheidsclaims, wordt het onoplosbaar.
Dus als je twee partijen hebt waarvan de een zegt dat volgens een autoriteit iets geldig is en de ander zegt dat het juist helemaal anders is volgens weer een andere autoriteit, heb je een onoplosbaar probleem.
De filosoof David Hume komt zelfs tot een scepticisme over de menselijke kennis in het algemeen. Hij ziet in dat de meeste kennis puur uit gewoonte wordt aangenomen, zonder dat er een afdoende bewijs is.
De filosoof en wetenschapper Hans Reichenbach erkent dat je meerdere hypothesen kan hebben die geldig kunnen zijn, of waarvan niet aangetoond kan worden welke de juiste is. Toch zijn er dan mogelijkheden om de keuze tussen de mogelijkheden te vereenvoudigen. Je kan bijvoorbeeld kiezen voor een theorie die niet alleen een bepaald feit verklaard, maar meer. Een theorie die te falsifiëren is, of een theorie die vergeleken met andere theorieën meer eenvoud heeft.
Zo zijn de Euclidische meetkunde en de Niet-Euclidische meetkunde beide consistente systemen. Voor de macrokosmos geldt echter dat de Euclidische meetkunde slechts geldig is als je bepaalde natuurkrachten introduceert. De Niet-Euclidische meetkunde heeft dat postulaat van vreemde natuurkrachten niet nodig om geldig te zijn. Voor de macrokosmos is dus de rationele keuze om de Niet-Euclidische meetkunde als geldig aan te nemen.
De voorwaarde om een autoriteit te aanvaarden is in ieder geval dat het systeem dat de autoriteit wil aantonen consistent moet zijn. Bij meerdere consistente systemen kan je dan bepaalde rationele keuzes maken.
In discussie wordt vaak getracht de ander tot extreme standpunten te dwingen die dan inconsistent zijn met eerdere uitlatingen. Als dit vervolgens is aangetoond is de autoriteitsclaim van de discussiepartner grondig gedeconstrueerd.
In de praktijk kan je echter wel aannemen dat iedereen op een bepaalde manier ervaringsdeskundig is. Het heeft helemaal geen zin om de autoriteit van de ander af te wijzen, want iedereen bezit een natuurlijke autoriteit. Dat niet iedereen dit op talige wijze op overtuigende manier kan tonen, doet niets af aan het feit dat iedereen de waarheid kent uit eigen ervaringen.
Waar het dan echter gauw om gaat is om macht. Je kan met macht heersen. Heersen betekent dat je je zin kan krijgen. Het is van belang om gezien te worden als autoriteit, want dan accepteert men gemakkelijker het feit dat je macht uitoefent, heerst.
De vraag naar autoriteit is dan niet alleen een vraag naar de grondbeginselen van de kennis, maar een vraag naar de psychologische behoefte van de mens, de Wil tot Macht, zoals uitgedrukt door de filosoof Friedrich Nietzsche.
Men zou kunnen concluderen dat de hele zoektocht naar kennis, of de grondbeginselen daarvan, in het teken staan van die psychologische behoefte, die Wil tot Macht. Autoriteit is dan direct verbonden met de praktijk van het heersen.
Ik denk echter dat de filosoof Arthur Schopenhauer gelijk heeft als hij het over de Wil apart heeft als factor waar de mens in zijn bestaan mee te maken heeft. Er is echt niet altijd behoefte aan heersen. Er is ook behoefte aan andere zaken. Zaken die bij andere emoties horen dan alleen heersen. Schopenhauer is bekend om zijn pessimisme. De menselijke toestand is voor hem een toestand waarbij men niet los kan komen van de Wil om dan weer die emotie, dan weer die andere te volgen.
De moderne mens zal dan misschien denken aan toegepaste emoties. Je maakt je boos, om met de verontwaardiging de kracht te vinden om iets te veranderen. Je stelt je medelijdend op ten aanzien van de lijdende mens, zodat er een basis voor zorg ontstaat. Alle emotie heeft dan zo een functie. Helaas natuurlijk niet alleen functionele of gewenste functies. Maar een leven waarbij alles altijd maar is zoals gewenst, is ondenkbaar en onrealistisch.
Daarbij zullen we geneigd zijn de autoriteiten zo te kiezen, uit de hele grote voorraad van allemaal autoriteiten, dat de autoriteit functioneel is, ondersteunend, voor onze leefpraktijk. Dat hoeft dus niet alleen een praktijk van heersen te zijn, dat kan ook een praktijk van bijvoorbeeld zorg zijn.
Als we daarbij de vraag stellen naar de autoriteit voor onze vraag naar kennis, of de grondbeginselen daarvan, dan kunnen we die niet helemaal los maken van die leefpraktijk.
Er is een praktijk van empirische experimenten. Er is een praktijk van puur rationeel onderzoek. Er is een praktijk van analytische taalfilosofie, met bijvoorbeeld onderzoek naar de logische beginselen van taal. Allemaal praktijken die zichzelf beschermen door de autoriteiten te aanvaarden die de praktijk laten handhaven.
De wetenschap is misschien wel een goed voorbeeld, omdat dan juist ook de zogenaamd "open houding" geïncorporeerd is, opgenomen in de praktijk. Maar als ik kijk hoe de onderzoeken van Rupert Sheldrake worden ontvangen, denk ik dat het wel tegenvalt hoe "open" de praktijken in dit geval zijn. Het is denk ik eerder zo dat de wetenschappelijke praktijk de autoriteit krijgt als ze constante vernieuwingen toont en om te vernieuwen moet je wel enigszins "open" zijn. Maar goed dat is een uitspraak van iemand van wie U de autoriteit niet zomaar hoeft te aanvaarden.
Als we het denken van Thomas Kuhn bekijken, dan laat dat ongeveer hetzelfde beeld zien. De praktijk van de wetenschap is beschermend naar haar eigen theorieën, al zal door open vraagstukken en onopgeloste kwesties de vraag naar een wetenschappelijke "revolutie" toenemen.
Ik denk dat de praktijk van de ouder met een puber-kind een goed voorbeeld kan zijn wat precies de kwestie van autoriteit is. Het gaat in de relatie ouder-puber-kind om gezag. Gezag is meer dan macht. Gezag is een aanzien, een status.
Het is bekend dat mensen problemen met gezag kunnen hebben, geen autoriteiten kunnen aanvaarden. Het is echter net zo waar dat mensen juist behoefte aan gezag hebben om bepaalde "algemene waarheden" of nog liever "absolute waarheden" te kunnen bevestigen. Zoals ik hierboven aangaf zijn dat dan vaak "waarheden" die men al heeft.
Zelf de antiautoritaire intellectueel zal het waarderen als iemand anders het antiautoritaire standpunt verkondigt en deze andere persoon een soort gezag toedichten, al is het alleen maar "respect".
Maar in de ouder-puber-kind relatie speelt de kwestie van grenzen heel erg. Het puber-kind probeert de grenzen te verleggen, om te kijken hoe ver het kan gaan. Dat doet het in eerste instantie in een vertrouwde omgeving, bij de ouder. Het zal de grenzen van de ouder aftasten en op haar eigen wijze de eigen grenzen proberen te installeren.
Het gaat bij de opvoeding om normen. Het normatieve van bepaalde grenzen, zowel fysieke als psychische grenzen, is gelegen in de autoriteit. Bij het aanvaarden van de grenzen van de ander bevestig je de autoriteit van de ander.
Rechtspersonen zijn als het ware personen van wie de grenzen heel goed omschreven zijn. Waarbij de grenzen bevestigd en aanvaard zijn.
Als we dan toch in het domein van het normatieve beland zijn, dan valt heel goed te begrijpen dat de vraag naar de grondbeginselen van kennis niet gesteld kan worden binnen alleen het conceptuele van de taal. Het normatieve van de taal zal een rol spelen.
We kunnen proberen de normatieve rol te beperken. Maar je kan ook proberen een normatief systeem te ontwerpen dat consistent is. Tussen consistente systemen kan je kiezen, zoals we al eerder zagen. Hoewel een keuze nooit een definitieve keuze hoeft te zijn.
Maar dan heb je nog steeds geen grondbeginsel van kennis gesteld. Nog steeds weet je niet wie de autoriteit kan hebben om te bepalen wat waar is. Je zal nooit helemaal van de verantwoordelijkheid af komen om de autoriteit van de ander te toetsen. Hoewel je dus ook nooit af kan komen van de Wil om je eigen leefpraktijk te beschermen en dus de autoriteit te kiezen die het beschermen van de eigen leefpraktijk garandeert.
Waarschijnlijk is dat het existentiële of de gegevenheid.
Geplaatst door: Léon Hoeneveld | 2007-01-09 00:01:00
Deze site is auteursrechtelijk beschermd, op dit werk is de Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.5 Nederland licentie van Creative Commonsvan toepassing, tenzij anders vermeld.
Overzicht van alle RSS/Atom feeds van De Webfilosofen. Privacy polices en cookie beleid voor deze website
Deze website is geproduceerd door Markei WEBDISGN.