de Webfilosofen

on-line en on-demand denken

Laatst gewijzigd op: 09-09-2006

Berkeley's worsteling

George Berkeley leefde van 1685- 1753 en stelde destijds dat materie niet bestaat. We weten nu wel beter, maar destijds?

Berkeley ging in dialoog met andere filosofen/wetenschappers van die tijd zoals o.a. Hume en Locke die beiden vertegenwoordigers waren van de corpusculaire filosofie.
De corpusculaire filosofie bestudeert de materie, zelfs de niet direct zichtbare, bijvoorbeeld atomen.

Ik zal hieronder proberen de worsteling van Berkeley met de begrippen materie en het ideële te beschrijven
Wel moet dit schrijven in de tijdcontext begrepen worden.


De ruimte is gevuld met materie. Deze materie heeft primaire eigenschappen en deze eigenschappen zijn volkomen onscheidbaar van het lichaam (Locke); zijn vastheid, omvang, vorm, beweging, rust of getal.
Deze materie heeft tevens ook secundaire eigenschappen; kleur, warmte, koude enz.

Nu is het zo dat de primaire eigenschappen en dus de materie er altijd zijn, ook al zou een mens een bepaalde materie niet kunnen waarnemen.
De secundaire eigenschappen zijn alleen kenbaar door de mens en zijn als het ware subjectief.

Toch bezit de materie een eigenschap welke door trilling de stof een kleur kan doen geven, maar de naam van die kleur is afhankelijk van de waarnemer.
Zo moeten we ongeveer het verschil tussen primaire en secundaire eigenschappen begrijpen.

Laten we een willekeurig stuk materie voor ons nemen. (Bijv. een brok steen)
De materie wordt als het ware gevormd door bewegende atomen, die zich aan ons tonen. Het beeld dat het stuk materie van zichzelf op ons netvlies toont noemde Locke een idee, idee staat hier voor afbeelding.

" Ideeën van primaire eigenschappen van lichamen lijken op die eigenschappen, en hun patronen bestaan werkelijk in de lichamen zelf. Maar de ideeën die de secundaire eigenschappen bij ons oproepen vertonen er geen enkele gelijkenis mee. In de lichamen zelf bestaat niets dat lijkt op onze ideeën" (met betrekking op de secundaire eigenschappen)
Een secundaire eigenschap is bijvoorbeeld kleur, primair bezit materie geen kleur, zij heeft alleen de potentie om een bepaalde kleur te bezitten.

Als we een secundaire eigenschap afnemen van de materie, is zij nog steeds materie zoals zij is, halen we primaire eigenschap weg, dan is een deel weggenomen wat juist de materie maakt zoals zij is.
Het begrip idee moeten we dus begrijpen als afbeelding, de idee brok steen is een afbeelding van de werkelijke brok steen in ons hoofd.

De idee is dus niet de werkelijkheid, maar dat betekent niet, dat zij in het geheel niet waar is. De ideeën zijn niet de fysieke werkelijkheid, wat wij waarnemen is niet de werkelijke wereld. Een argument hiervoor was dat dit kwam omdat men de wereld niet direct waarnam. Het waarnemen was een proces van bewust zijn. Men ging ten tijde van Locke zelfs zover dat men stelde dat alles een idee, een afbeelding was. Zo werd de idee omtrent het begrip idee absoluut.
Berkeley ging uit van de empirie, van de ervaring.

Al het materiaal voor onze gedachten wordt dus geleverd door de ervaring, en het is onmogelijk om te denken over iets of iets te kennen dat we niet hebben ervaren, op welke manier dan ook. Berkeley vatte zijn empirisme in vijf stellingen samen;
- Alle belangrijke woorden staan voor ideeën.

- Alle kennis heeft betrekking op onze ideeën.
- Alle ideeën komen van buitenaf of van binnenuit.

- Als ze van buitenaf komen, komen ze door de zintuigen en worden ze waarnemingen genoemd.
- Als ze van binnenuit komen, zijn ze activiteiten van de geest en worden ze gedachten genoemd. (Philosphical Commentairies)

"Aangezien Berkeley een extreem empirist was, ontkende hij dat hij enig idee had van een inherent onwaarneembare materie, een onwaarneembare god of zelfs van onwaarneembare ‘eindige' geesten" (Urmson).
Alle ideeën (afbeeldingen) over materie kunnen we denken omdat de ideeën voorstelbaar zijn, zoals; vorm, massa en beweging. Dat wil zeggen de primaire eigenschappen. Voor hen die (destijds) materie propageerden bezit materie geen smaak geur of kleur, secundaire eigenschappen, maar alleen vorm, massa en beweging.

Hoe is het dan mogelijk, vroeg Berkeley zich af, om materie voor te stellen.
Namelijk zonder de secundaire eigenschappen kan men geen idee (afbeelding) hebben en dus is materie ondenkbaar tenzij we het abstraheren door middel van de secundaire eigenschappen.

Resumerend; er is dus materie, d.w.z. zichtbare materie welke waarneembaar is en die bestaat uit primaire en secundaire eigenschappen.
En er is inherente materie welke onwaarneembaar is of anders gezegd;

Er is een materiële substantie en deze substantie bevat de eigenschappen die de zichtbare materie vormt- wat de brok steen de brok steen maakt-
De corpusculaire filosofen, zij die geloofden in materie en substantiële materie, zoals o.a. Locke, konden hun ideeën wellicht niet verwerpen omdat er dan een leemte zou ontstaan. Berkeley meende van niet.

Voor de wereld kon een volledige verklaring worden gegeven zonder een beroep te doen of enig substituut daarvoor.
De ontologie van de wereld volgens Locke;

- God de schepper van al het andere en de wetgever die de aard en de geschiedenis van zijn schepping bepaalt.
- Materie, die we om bepaalde redenen kunnen verdelen in datgene wat botst op onze zintuigen om ideeën teweeg te brengen en datgene waaruit de zintuigen en het zenuwstelsel bestaan, waarop andere materie inwerkt. Maar intussen bestaat geen fundamenteel verschil.

- Ideeën, die geestelijk zijn, maar worden veroorzaakt door de inwerking van materie op het zenuwstelsel.
- De geest, die zich bewust is van deze ideeën en ze bij het denken beïnvloedt en gebruikt.

Het gaat dus om datgene wat zich toont, met al zijn oorzakelijke verbanden.
Het gehele proces is wetenschappelijk (mechanisch) verklaarbaar, maar het diepere proces- wat gebeurt er nu in detail- is niet te begrijpen en daarom geeft Locke aan het niet begrijpbare het begrip van of door het goddelijke mee.

Al wat we waarnemen en vorm en/of beweging heeft mogen we materie noemen.
Een vraag die men destijds stelde en wellicht nu nog was; de beweging in en om de materie lag die besloten in de materie zelf, of werd zij bewogen door iets anders; God, onbewogen beweger of,.....

Resumé:
Materie met alleen primaire eigenschappen is niet voor te stellen.

En;
Er is derhalve eigenlijk geen materie.

We kunnen onszelf materie alleen voorstellen met behulp van abstractie hier de secundaire eigenschappen zoals bijvoorbeeld kleur.
Wat is nu abstractie?

"De geest maakt van de specifieke ideeën, ontvangen van specifieke objecten, algemene ideeën. Dit gebeurt door ze te beschouwen als verschijnselen - zoals ze in de geest zijn - die losstaan van alle andere entiteiten en van de omstandigheden van het werkelijke bestaan, zoals tijd, plaats of welke andere ideeën dan ook. Dit wordt abstractie genoemd... " (Locke)
Zonder secundaire eigenschappen is materie niet voor te stellen, echter een secundaire eigenschap bijv. een kleur heeft wel degelijk een vorm nodig - een primaire eigenschap van materie. Stel je de kleur rood maar eens voor zonder vorm.

Berkeley meent dat er voor de doctrine van de abstracte ideeën mentale beelden noodzakelijk zijn die in wezen een onbepaalde waarde hebben, en dit beschouwt hij als absurd.
Essentieel voor Berkeleys standpunt is de bewering dat materie zoals omschreven door de aanhangers van de corpusculaire theorie niet te vatten is, omdat we ons geen dingen voor kunnen stellen die wel primaire eigenschappen hebben, maar geen ideeën van secundaire eigenschappen bevatten.

Berkeley gaat in zijn aanval op de theorie van de abstracte ideeën in tegen de bewering dat materie weliswaar niet voorstelbaar, maar toch denkbaar is, omdat we een abstract idee kunnen hebben van omvang zonder kleur, net zoals we volgens Locke een abstract idee van witheid kunnen hebben. Verder vindt hij dat de onbegrijpbaarheid van materie niet kan worden verdedigd door zich te beroepen op abstracte ideeën.
Berkeley wil dus niets te maken hebben met abstracte ideeën.

Als nu woorden, zinnen, begrippen dragers van ideeën zijn en ideeën drager van een werkelijkheid en als nu het hebben van ideeën eigenlijk denken is, dan denken we als het ware een werkelijkheid. Zie hier een begripsverwarring van het begrip idee. Wat zeker plaatsvond in het verleden. Wat vertegenwoordigt het woord steen nu, is dat het idee, de gedachte of de afbeelding?
Volgens Berkeley is bestaan waarnemen, hetgeen het bestaan van geestelijke wezens inhoudt ofwel waargenomen worden, het geen het bestaan van het onbezielde, van ideeën, inhoudt.

Deze waargenomen ideeën zijn objecten van de geest, die onafhankelijk daarvan niet bestaan. Ergo de wereld is spiritueel en buiten de geest en zijn inhoud bestaat niets.
Nogmaals aangevuld nu;

Een idee is - een afbeelding van een zintuiglijke waarneming, van de werkelijkheid en los van de wil.
- zij is een denkbeeld zij is bedacht door de mens, naar een object.

- zij is een droom een illusie en bestaat derhalve niet als object.
Laten we eens kijken of er een oplossing is voor Berkeley's probleem, in de hoop dat het eerder niet problematischer wordt.

Er wordt dus ontkend dat er materie buiten de geest om kan bestaan, maar dit druist in tegen een theologisch en een fysisch denkbeeld.
Paleontologisch onderzoek heeft uitgewezen -en kan uitwijzen- dat voordat er bezielde wezens op aarde leefden er onbezielde fysieke, materiele lichamen waren.

Dit kan ook bevestigd worden met behulp van het boek Genesis dat God als eerste de onbezielde materie heeft geschapen.
Die onbezielde materie moet dan een afbeelding zijn van een al bestaande materie ofwel een bedenksel, min of meer illusionair van God afkomstig en dat zou dan weer inhouden dat geheel alles illusionair dan wel spiritueel is. Het ligt dus meer voor de hand dat er materie buiten de geest om bestaat.

Tot zover een stukje Berkeley, in een ander artikel komen we er wellicht achter of Berkeley definitief knock-out is gegaan tijdens zijn worsteling.
Toch mogen we de wijze van Berkeley gezien het tijdsbeeld zeker niet onderschatten.

 

Waardering 

Geplaatst door: Tino van Kampen | 2006-09-09 00:00:00

Reacties

Reactie plaatsen

Leon Hoeneveld 10-09-2006

Je stelt direct in de openingszin dat we nu "beter weten" dat materie bestaat. Bestaan is echter een heel moeilijk begrip. Heel Berkeley's worsteling lijkt daarover te gaan. In praktische zin is de vraag naar het bestaan bijna overbodig geworden. Maar in sommige gevallen, als het er om gaat om te bepalen wat kennis is, of hoeveel we kunnen weten, is de vraag nog steeds relevant. Zeker in het denken van Hume is de vraag naar kennis gesteld en nog steeds zijn er mensen die geen antwoord gereed hebben.

Mijn bijdrage op het forum over verifieerbare taal gaat erover dat de fysische taal, werken met begrippen uit de fysica, een zekere toetsbaarheid verlenen in de communicatie. Het "bestaan" van een materieële, fysische wereld, is dus slechts "nodig" om communicatie beter op elkaar af te stemmen, om onderling toetsbare begrippen te hebben, en niet in het speculatieve te blijven hangen. Maar het "bestaan" van de materieële wereld is daarbij zeker niet bewezen.

Tino van Kampen 10-09-2006

Leon;

Laat ik dit zeggen op jouw reactie;

We weten "anders", we weten meer van de werkelijkheid.Telkens weer benaderen we die werkelijkheid meer en meer en uiteindelijk leidt dat tot meer kennis over die werkelijkheid.Maar inderdaad alles weten we nog niet en het is maar de vraag of we ooit alles zullen weten.

Taal is een uitdrukkingsmiddel, het zijn tekens om te duiden wat we bijvoorbeeld waarnemen of wat we denken. We nemen materie waar, daarmee bestaat materie (erg kort door de bocht wellicht maar in principe...). Bovendien staat in mijn tekst en ik vind dat een goede passage dat er vanuit zowel paleontologisch- als wel vanuit theologisch onderzoek, het bijbelboek Genesis gebleken en bewezen is dat materie bestaat, zelfs eerder dan het ideële.

Hoe denk ik n u zelf over deze"materie' ;-)

Wel ik houd mij toch aan het principe van lichaam en geest. Er is materie en er is geest. Makkelijk is om te zeggen er is alleen geest en uiteindelijk zal alle materie, die dus geestelijk is, vergaan en overgaan tot die ene absolute geest. Ik onthoud mij van die theorie en zo ik jou ken door mijn gesprekken en schrijven met jou ook jij ook. Dan blijft over dat nog niet alles absoluut bewezen is en daarmee kan ik instemmen, met die inachtneming, dat in verschillende vakgebieden wel degelijk "dingen " bewezen kunnen worden.

Pff;

Tino

   

Valere De Brabandere 11-09-2006

--Er werd mij om een reactie gevraagd op dit artikel ..

--Ik vind het een mooi en volledig artikel over Berkeley en zijn vorm van absoluut  idealisme .

--Mijn eigen visie op de 'dingen' is enigszins verwant aan de theorie van Berkeley .

--En ben ik zelf voorstander van een eenheid van principes ; dus geen voorstander van dualismen of andere pluralismen als basis-principes voor de 'dingen' en de 'wereld' .

--Ik zie inderdaad geen grondige verschillen tussen primaire en secondaire eigenschappen van die 'dingen' ; en zelfs geen dualiteit van de fenomenale 'materie' en de bewuste-oorzakelijkheid ervan .

--Men  kan m.i. besluiten voor een eenheid van 'zijn' ; en van een 'materiele' wereld, waarvan de vorm aan ons verschijnt als een verwerking van zijn 'innerlijkheid', die een voor ons ongekende 'soort' van bewuste-energie is ...

  Valère--

 

Tino 11-09-2006

Valere bedankt voor het fraaie compliment. Toen ik aangaf een artikel over Berkeley te gaan schrijven, vroeg jij mij om dat met open blik te doen. Welaan ik ben van mening dat dat gelukt is, zeker gezien jouw reactie.

Tino

Reactie plaatsen

afdrukkenDeze pagina afdrukken

Deze site is auteursrechtelijk beschermd, op dit werk is de Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.5 Nederland licentie van Creative Commonsvan toepassing, tenzij anders vermeld.

Overzicht van alle RSS/Atom feeds van De Webfilosofen. Privacy polices en cookie beleid voor deze website

Deze website is geproduceerd door Markei WEBDISGN.