de Webfilosofen

on-line en on-demand denken

Laatst gewijzigd op: 01-08-2006

Communicatie

Communicatie is meer dan praten. Op een meer absolute manier gezien zijn allerlei uitwisselingen communicatie. Relatief gezien gaat het om boodschappen met betekenis.

Communicatie

Communicatie is meer dan praten. Op een meer absolute manier gezien zijn allerlei uitwisselingen communicatie. Relatief gezien gaat het om boodschappen met betekenis.
Maar waar ligt precies die betekenis van een boodschap die in communicatie bijvoorbeeld van mens tot mens gaat?

Er zijn verschillende voorbeelden te verzinnen van de communicatie in relatieve zin. Wittgenstein had het vaak over gebiedende taal. Iemand meet zichzelf de rol van leider aan en gebiedt de ander iets te doen. In een opdracht is de boodschap duidelijk. De betekenis ligt dan in de verhouding die de mensen innemen. De één de leider, de ander de geleide.

Leiderschap is afhankelijk van of men de ander kan verplichten. Men moet in staat zijn om de ander te verplichten tot dankbaarheid. Dit betekent dat men als leider dus ook een verplichting heeft. De normale verhouding van leiderschap is wederzijdse verplichtingen naleven.

In communicatie zijn er niet direct verplichtingen. Men kan de ander aanspreken, maar dat ook laten. Men kan luisteren, maar ook niet en zelfs als men luistert kan men verkeerd verstaan.

Dit doet mij vermoeden dat over het algemeen de rolverdelingen onduidelijk zijn en blijven. Er is dan veel misverstand.

Onlangs stuitte ik op een mooie verdeling voor uitspraken. Je kan drie soorten uitspraken onderscheiden:

  1. verifieerbare uitspraken
  2. conceptuele uitspraken
  3. normatieve uitspraken

De eerste soort uitspraken zijn wetenschappelijk. "Water kookt bij 100 graden Celcius." Men kan de uitspraak verifiëren onder bepaalde voorwaarden. Volgens Popper gaat het in de wetenschap echter juist om het falsifiëren. Bepaalde uitspraken kunnen dan slechts weerlegd worden en niet bewezen.

In feite blijven de verifieerbare of falsifieerbare uitspraken toch bijzondere vormen van de tweede soort, namelijk conceptuele uitspraken. Je wisselt het ene begrip (kokend water) in voor een ander begrip (honderd graden Celcius). Voorwaarde is dan dat beide concepten bekend zijn en begrepen worden. Je kan pseudo-wetenschap bedrijven door nieuwe concepten te verzinnen. "Water kookt bij voldoende kosmisch aura".

Binnen de communicatie hebben beide soort uitspraken hun functie. De eerste verifieerbare uitspraken zijn duidelijk gericht op wat wij "kennis" noemen en waarmee we de wereld niet alleen proberen te begrijpen maar vooral te hanteren. Veelal zullen bijpassende rollen professionele verhoudingen weergeven. De tweede conceptuele uitspraken zijn gericht op wat wij "leren" noemen. Je leert natuurlijk van kennis, maar voordat kennis kennis is, zul je je de concepten eigen moeten maken. Zoveel mensen, zoveel concepten, dus dat zijn processen die steeds aanwezig zullen blijven in de communicatie.

Een bijzonder soort uitspraken zijn de normatieve uitspraken. Hierin wordt duidelijk een rolpatroon gekozen door de spreker, de verkondiger. Een normatieve uitspraak is bijvoorbeeld: "Liegen is slecht." Het doet een bewering over de waarde van een handelen of denken.
Er is geen ontsnappen aan normatieve uitspraken. Er zijn meestal voldoende voorbeelden om de uitspraak te beamen, maar vaak ook voldoende uitzonderingen om het tegenovergestelde ook van waarde te achten. De vriendelijkste manier om een normatieve uitspraak te beoordelen is om de uitspraak te zien als uitnodiging tot meespelen in het rol- en waardepatroon van de spreker en de groep die hij of zij eventueel vertegenwoordigt. In feite is het dus heel duidelijk. Men accepteert de uitspraak wel of niet.

Heel veel normatieve uitspraken zijn dusdanig verborgen of complex dat men niet direct kan weten of men ja of nee kan zeggen. Men kan met een beetje goede wil al in een conceptuele uitspraak een normatieve suggestie zien. "Water kookt bij voldoende kosmisch aura" is bijvoorbeeld normatief naar de luisteraar toe in die zin dat de luisteraar geacht wordt te moeten begrijpen wat kosmisch aura is en wanneer er voldoende is.

Ook in dit schrijven zit dus al wat normatiefs. U wordt geacht dit schrijven te begrijpen en er zin aan te ontlenen.

Ik wil daarom vooral wijzen op het idee dat normatief niet direct verwezen kan worden naar de hoek van overheersing en misbruik, er zit misschien een preker in ons allemaal, maar naar de hoek van het werkelijk met de ander bezig zijn. In eerdere andere soorten uitspraken is men meer bezig met zichzelf. Met de eigen begripsbepalingen. Bij normatieve uitspraken is men met de ander bezig.

Waarom is men dan misschien toch geneigd een hekel te hebben aan dat normatieve? Ik heb dat als volgt geanalyseerd, naar aanleiding van het denken van de boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh. Het spreken is vaak vanuit lijden. Dat wil zeggen dat ondanks de soort uitspraken de grondtoon een toon van lijden is, van gebrek, gemis, van iets willen dat men nog niet heeft. Vooral bij normatieve uitspraken wordt dat een zeuren, een klagen. Als men de normatieve uitspraak vanuit vreugde zou doen is ze misschien veel overtuigender. Het is dan geen klagen, maar een soort "protesteren" en wordt daardoor dan makkelijker geaccepteerd of begrepen. Als iemand bijvoorbeeld zegt: "Snelrijders moeten bekeurd worden", dan praat hij vanuit ervaringen met snelrijders die negatief zijn, waar de spreker een slecht gevoel bij heeft, waar een soort lijden bij hoort. Als iemand dan zegt: "De snelheid moet passen bij de verkeerssituatie", dan praat hij meer vanuit begrip, wetende dat veel mensen denken dat ze door hard te rijden de verkeersdoorstroming bevorderen. De laatste uitspraak zal dus eerder geaccepteerd worden, maar is nog steeds wel normatief en kritisch als je er over na denkt.

Het is heel logisch dat ondanks de goede bedoelingen van de normatieve uitspraken de reactie vaak negatief is. Men reageert dan misschien op het achterliggende lijden en wijst dit af, zonder verder na te denken over de voorgestelde normen en waarden.

We zagen dus dat bij communicatie de betekenis in de rol die men speelt ligt, en dat men vaak de normatieve rol heeft. Deze is dan minder effectief door het lijden van waaruit men praat.

Omdat rollen belangrijk zijn wil ik een begrip introduceren, een nieuw concept, in de hoop dat dit overgenomen wordt. Dat concept is "normale communicatie".

Wat versta ik dan precies onder normale communicatie? Laat me beginnen te zeggen dat ik er zelf niet erg goed in ben. Ik heb de neiging slechts vanuit de inhoud van de gesproken tekst te reageren en niet op plaats van handeling, context, eventuele rollen en dergelijke te letten. Hoogstens laat ik er achteraf een analyse op los en kom daar dan in een vervolggesprek op terug. Met deze negatieve punten wordt eigenlijk al wel duidelijk wat normale communicatie dan wel is.Als men spreekt vanuit de huidige situatie, met volledige openheid en transparantie van de zelf, kan men woorden spreken over de meest uiteenlopende onderwerpen. Koetjes en kalfjes, het weer, voetbal, het maakt niet uit. In die woorden schuilt echter een uitwisseling van de wil, een wilsvoorstel dat aan de ander open en bloot wordt neergelegd. ( Dat betreft echt niet altijd iets seksueels, maar dat kan wel zo zijn. )

Communicatie

In mijn situatie werd ik me er van bewust toen twee collega's het werk met elkaar bespraken. Alle ambities, wensen, toekomstverwachtingen, eisen, kwamen naar buiten, zonder dat hiervoor moeilijke zinnen nodig waren. Zonder dat dit het onderwerp van gesprek was. Met slechts het alledaagse taalgebruik kon dat alles "besproken" worden, neergelegd, met volledige transparantie.

Het kwam op me over dat die manier van communiceren eigenlijk normaal zou kunnen zijn. Mijn eigen abstracte beeldspraak ten spijt. Want het is allemaal wel mooi wat ik hier schrijf, maar het heeft totaal geen verband met de huidige situatie waarin U of ik zich bevindt. Als er al een verband gevonden kan worden, dan is dat toevallig. Nu hoop ik natuurlijk wel dat er verbanden naar verleden en toekomst gemaakt kunnen worden. De afstand die mijn woorden hebben naar de dagdagelijkse realiteit is in het verleden minder groot geweest en zal mogelijk in de toekomst kleiner zijn. Maar puur objectief beschouwd is de abstracte afstand van dit soort communicatie niet-normaal ten opzichte van de normale communicatie van transparante wilsvoorstellen. Het enige wilsvoorstel dat ik me nu kan voorstellen is dat ik toch nog erkenning krijg voor dit soort woorden, maar wat voor erkenning moet dat zijn als de woorden niet praktisch zijn?

Dus ik laat het er nu maar weer even bij en ga me oefenen in normale communicatie.

Voorlopig wil ik wel vragen om een beoordeling te geven via de sterren. De beoordeling is nu erg laag. Ik zou het ook op prijs stellen als er grote bezwaren zijn dat dit dan in een reactie gezet wordt.

Waardering 

Geplaatst door: Leon Hoeneveld | 2006-08-01 00:01:00

Reacties

Reactie plaatsen

Leon Hoeneveld 04-02-2008

 Eerdere reacties zijn bij een wat al te enthousiaste opruimactie verloren gegaan.

Ik hoop dat het gevoel van vertrouwen, waar het om gaat in communicatie, daarmee niet geheel verloren is gegaan. 

Stilte, leegte, kan op zich ook heel goed dienen een bepaald gevoel tot een bepaald niveau te laten terugkeren. de basis van vertrouwen of juist wantrouwen waarop men opereert. 

Leon Hoeneveld 10-06-2008

 Ik heb in bovenstaand artikel  een bepaald aspect van communicatie willen benadrukken. ik heb nu het juiste woord gevonden: "afstemming".

Ik denk dat veel wezens uit de natuur door hun relatieve eenvoud en overeenkomsten al reeds een afstemming hebben op elkaar. Worden de wezens meer complex, meer individueel, dan is de afstemming gedeeltelijk verdwenen en moeten er bepaalde communicatieve handelingen worden verricht om tot afstemming te komen. 

Je kan in het verlengde van dit denken de taalkunidge uitwisselingen van mensen zien als ingewikkelde manier van komen tot afstemming.

Het is vrij noodzakelijk om te komen tot afstemming. Men heeft elkaar nodig, voor de gemeenschap, voor de bescherming, omdat dit voordelen heeft. Helaas wordt het steeds moeilijker om te komen tot afstemming. Als je niet een aantal/canon aan boeken hebt gelezen, als je niet bepaalde mediauitingen hebt gevolgd, als je niet kennis hebt genomen van de actualiteiten, is afstemmen met de ander moeilijk.

Wezens zijn echter van nature gelijkvormig en afgestemd op een basaal lichamelijke manier. Dwars door alle belemmeringen van de cultuur heen blijkt er toch nog steeds afstemming mogelijk. De taal is flexibel genoeg om intenties of bedoelingen, wilsvoorstellen, te communiceren en gelijkgestemden te lokken of afstemming te veroorzaken. daarbij geldt ook dat gedeelde omgeving en omstandigheden zich weinig aantrekt van hetgeen als cultuur vanuit de media of anders doordringt. De gedeelde omgeving en situatie is al voldoende om op elkaar af te stemmen.

Het project van een willekeurige cultuur is afstemming tussen een maximaal aantal mensen mogelijk te maken. Paradoxaal genoeg is de moeite die het kost om cultuurmens te worden juist een reden dat afstemming vaak mislukt. Men concentreert zich op een bepaald aspect van de cultuur en dat wordt niet langer begrepen door de nabije ander die zich op een ander deel van de cultuur heeft gericht. Met als gevolg juist afstand en onbegrip. Deze cultuur is dan als het ware te veelomvattend, te groots, te complex geworden.

Communicatie heeft als doel afstemming en niet het verspreiden van cultuur. Wat bereikt kan worden is samenwerking en niet culturele uitwisseling. Dat laatste maakt mensen juist weer los uit hun eigen omgeving van afstemming en isoleert hen.

Het doel van een filosofie zou dan niet het verspreiden van kennis over deze of gene filosoof zijn, als cultuurverschijnsel, maar een mogelijkheid om tot afstemming van begrippen te komen.

We zijn geneigd onze taalkundige vaardigheden, ons bewustzijn vol verschillende begrippen , als een zegen te zien. Het is eerder een ongemak. Het geeft ons de noodzaak verschrikkelijk moeilijk te doen om de ander nader te zijn en haalt ons los van de natuurlijke basis van onze afstemming.

Het paradijs ligt ver achter ons. De hemel, als belofte, zou ons het vermogen om af te stemmen terug moeten geven, een onmiddelijk inzicht in de wil van de ander en de wil van onszelf. Nu hebben we op aarde zoveel verschillende soorten wil, zo gevarieerd onder invloed van de cultuur, dat we alleen maar in verwarring kunnen zijn over de ander, laat staan dat we nog ooit eens helemaal afgestemd zijn. En als dat dan toch zo is, dan herkennen we het niet, kunnen de waarde niet inzien en verlangen we reeds weer naar de eenzame positie van ons eigen losse inzicht.

Reactie plaatsen

afdrukkenDeze pagina afdrukken

Deze site is auteursrechtelijk beschermd, op dit werk is de Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.5 Nederland licentie van Creative Commonsvan toepassing, tenzij anders vermeld.

Overzicht van alle RSS/Atom feeds van De Webfilosofen. Privacy polices en cookie beleid voor deze website

Deze website is geproduceerd door Markei WEBDISGN.