on-line en on-demand denken
Laatst gewijzigd op: 11-01-2007
We hebben de andere mens als concurrent. Dat kan aldus de psychologische basishouding zijn van de mens in omgang met anderen.
Daarnaast zijn er een aantal mensen die je als vriend of partner wilt hebben. Waarbij je concurrerende gevoelens uitschakelt.
Is er binnen de filosofie wel eens wat gezegd over concurrentie?
Erich Fromm beschrijft in het boek "De angst voor vrijheid" hoe mensen pseudo-denken, voelen en wensen kunnen hebben. Het denken lenen ze van ouders, leraren en de media. Het voelen gaat soms op basis van suggesties of komt voort uit een soort toneelspel dat men speelt. De wensen kunnen zijn aangepraat.
Het zou kunnen dat het project van de psycholoog of psychiater er eigenlijk steeds op neer komt de mens te wijzen op een mogelijkheid van autonomie, voor denken, voelen en wensen. Niet dat autonome mensen nu direct zoveel beter zijn voor de maatschappij, misschien zelfs niet. Maar bepaalde "problemen" kan men wel oplossen door tegen de "overheersing" te werken die de mens in haar greep kan hebben.
Is het idee van de mens als concurrent misschien ook een gedachte voortkomend uit overheersing?
Als ik probeer die vraag te beantwoorden is dat automatisch een soort zelfonderzoek. Ja, een dominante vader en een op het emotionele spelende moeder maken je ouders een soort vijand. Als je ouders een soort vijand zijn, dan is iedereen dat.
Dat is geen prettig wereldbeeld. Je hebt dan moeite om je te hechten en positieve relaties aan te gaan.
Aan de andere kant weerhoudt de visie van concurrentie je ook van goedgelovigheid en negatieve relaties. Misschien dat ouders het dan als beschermende visie aan hun kinderen zouden willen meegeven.
Vanuit persoonlijkheidscursussen leert men wel dat men kan streven naar een win-win situatie. Waarbij de belangen op een positieve manier kunnen samengaan. Logisch voor bedrijven die hun consultants willen verkopen.
Maar hebben mensen in feite overlappende belangen en wat zijn die dan?
In de piramide van Maslow blijkt het dan te gaan om hele basale dingen, zoals voedsel, kleding etc. Bovenaan staat de zelfontplooiing, of zo heb ik dat begrepen. Zelfontplooiing van consultants voor de zelfontplooiing van de klant of het bedrijf. Een win-win situatie. Jammer dat de bedragen zo groot zijn die betaald moeten worden. Het belang van een klant om kosten te besparen en het belang van een bedrijf om veel geld voor consultants te krijgen gaan niet samen.
Het is een kwestie van perspectief om de belangen overlappend te zien of concurrerend.
Als we kijken naar de meer basale behoeften, kunnen we denken aan de maaltijd met het gezin. Wie krijgt de laatste lekkere hap? Wie heeft het grootste toetje?
Emoties die kinderen en ook vele volwassenen zeker niet vreemd zijn. Ik acht het waarschijnlijk dat dit idee van concurrentie een zekere biologische basis heeft. De aap die goed voor zichzelf zorgt overleeft het beter en krijgt meer nakomelingen. De aap die daarbij de concurrentie wint dus. Concurrentie is dan een biologisch gegeven. Rivaliteit.
Het harde gedrag van pestende kinderen is misschien niets anders dan een concurrentieslag. Een poging je van de concurrentie te ontdoen. Daarnaast speelt ook mee dat het pestende kind zich wil ontdoen van vreemde en onzekere elementen. Hoe meer "gelijk" de ander is, des te voorspelbaarder en dan dus minder bedreigend.
Een en ander is wel terug te voeren tot angst, maar dan psychologiseren we eigenlijk de biologische gegevenheid dat mensen tot elkaar staan op basis van concurrentie. Het is wel zo dat als er minder angst is, er ook minder reden hoeft te zijn om te concurreren, maar helemaal te voorkomen dat bepaalde hulpbronnen schaars zijn op een bepaald moment is het niet. En dan is er toch steeds de kwestie van verdeling van die hulpbronnen.
Henk Oosterling heeft wel betoogd dat schaarste en overvloed beide voorkomen, maar dat betekent dan volgens mij dat je concurrentie niet kan uitsluiten, maar dan als tijdelijk gegeven hebt.
Dat betekent dus dat in tijden van overvloed de concurrentie eigenlijk overbodig of zelf destructief of contraproductief kan zijn.
De slimme cateraar maakt van dat gegeven gebruik door bij grote groepen in een ruimte veel kleine schalen met hapjes te maken in plaats van enkele grote schalen. Alhoewel het aanzicht van de grote schaal lekkernijen als teken van overvloed de neiging tot concurrentie kan verkleinen, weegt dat waarschijnlijk niet op tegen het feit dat de bronnen ruimtelijk te ver van de mensen liggen en dus de neiging van de mensen om zich snel naar de bronnen te bewegen versterkt. In ieder geval weet ik van een cateraar dat ze de schalen met de lekkerste hapjes achteraan op buffetten plaatsen, zodat de mensen hun borden al vol hebben en de lekkere hapjes niet direct op zijn.
In tijden van overvloed hoeft er minder angst te zijn, maar de angst blijft omdat de neiging tot concurreren blijft.
Aan de andere kant heb ik een verhaal gehoord hoe kinderen in Afrika lolly's gewoon deelden (jij een likje, ik een likje) als er te weinig waren. Waarbij de schaarste dus niet automatisch leidt tot een (concurrentie-)strijd.
Je zou kunnen zeggen dat door de neigingtot concurreren een hele serie aan negatieve praktijken ontstaat. Het is dan ook typisch dat concurrentie in het kapitalistische stelsel een soort positieve klank heeft gekregen van mogelijkheden tot voordeel. Dat de mogelijkheden tot voordeel dus ook voor velen juist betekenen dat ze dat voordeel niet hebben, wordt maar even vergeten.
Het is aannemelijk dat allerlei soorten negatieve praktijken niet als reden hebben dat er bijvoorbeeld overheerst wordt, of dat men gewelddadig is, maar puur en alleen als reden hebben dat er geconcurreerd wordt. Dat men toegeeft aan de neiging tot concurreren.
Het probleem van oorlog, van onvrede, van neurose, van angst, van lijden. Er valt steeds een factor concurrentie of rivaliteit bij te ontdekken.
Nu zijn er voldoende mensen die dat aangevoeld of ingezien hebben. Dat zijn echter niet de mensen waar standbeelden van zijn, want dat waren over het algemeen overwinnaars van concurrentieslagen. Het zijn ook niet de beroemdheden of bekendheden. Het zijn mensen die bijvoorbeeld de "strijd" opgegeven hebben. Die het bijltje er bij hebben neergegooid. Die het hebben opgegeven.
Zelfs als je gelooft in evolutionaire principes kan je je toch een vraag stellen. Waarom zou ik het willen overleven? Waarom zou ik willen winnen? Waarom zou ik de aarde moeten beërven?
Mijn helden zijn mensen die minachtend naar concurrentie kijken. Die geen gelijk hoeven te halen. Die het allang best is. Die vinden dat ze wel genoeg hebben gegeten. Maar dat soort mensen vind je misschien alleen maar als er overvloed is? Of is het iets van cultuur, maar dan soms zelfs een "overheersing" om niet te concurreren?
Er kan ook wel een verschil tussen mannen en vrouwen zijn. In principe is alleen de soort concurrentie anders, maar concurrentie of rivaliteit is er nog steeds. Maar de vrouw kan nog denken en voelen voor de kinderen, naast zichzelf. Denk als het ware met meer personen tegelijk, in groepen. Daarom denk ik dat vrouwen beter geschikt zijn voor bestuur, omdat het groepsdenken als het ware al een onderdeel is van hun zijn. Maar dat vele vrouwen net zo genadeloos de concurrentie of rivaliteit aan kunnen gaan lijkt me inmiddels wel bewezen. Ik zou trouwens geen algemene conclusie willen trekken over verschillen tussen mannen en vrouwen.
Mijn conclusie is dat we concurrentie toch wel kunnen zien als gegevenheid, maar dat de mens zichzelf onderscheidt van de andere mens in de manier waarop hij/zij omgaat met concurrentiedruk of rivaliteit.
Geplaatst door: Leon Hoeneveld | 2007-01-11 00:00:00
Mart 07-03-2007
Hetzelfde ambivalente gevoel dat uit dit artikel naar voren komt: waar ligt de balans tussen eigen gebied / domein verdedigen en gebied / domein delen ervaar ik als ik aan het vraagstuk van allochtonen in ons land denk.
Het heeft vele voordelen kennis te nemen van hun cultuur, anderzijds ben ik bang dat zij ons hun cultuur gaan opdringen, waardoor verworvenheden van onze samenleving in de knel komen. Ook nemen ze banen van ons af en woonruimte. De wegen worden voller en onveiliger. Allochtone extremisten maken extreme maatregelen van beveiliging noodzakelijk.
Waar liggen de grenzen die Nederland moet stellen en hoe zorgen we dat de positieve energie die vreemde culturen aan onze samenleving zouden kunnen toevoegen voor ons - en de allochtonen - de boventoon voert?
Mij lijkt dit artikel een goede inleiding hierop.
Leon Hoeneveld 07-03-2007
Hallo Mart,
het vraagstuk van de vreemdelingen speelt al heel lang in de geschiedenis van de mensheid. Steeds zijn er groepen die hun belangen verdedigen of proberen te verdedigen door zich gesloten op te stellen. Een systeem is echter vaker open dan gesloten, hoe we ook proberen.
Je zou dan een onderscheid kunnen maken tussen positieve openheid en negatieve openheid en daar uit kunnen kiezen. Veel pogingen tot geslotenheid leveren een negatieve openheid, dat wil zeggen dat vooral de negatieve aspecten van de vreemdelingen door kunnen dringen en actueel worden. Alleen fanatsisme, extremisme, overlast worden gezien, omdat men naar andere aspecten niet kijkt of kan kijken (door de poging tot geslotenheid). Positieve openheid laat mogelijkheden zien op het gebied van evolutie, van werkverdeling, van leeftijdsverdeling die gunstig kunnen zijn voor een cultuur.
Concurrentie is een gegeven, maar het discrimineert in principe niet. Iedereen is in gelijke mate een bedreiging. De neiging om een vreemdeling meer als bedreiging te zien ligt voor de hand, maar in het actuele is het verkeer van rechts meer een bedreiging dan een allochtoon in zijn flatje. De problemen in de stad zijn aanzienlijk, ik kan dit niet weg theoretiseren, maar als mensen slechts vanuit emotie (angst) op elkaar reageren is er ook geen nuchtere balans op te maken.
Deze site is auteursrechtelijk beschermd, op dit werk is de Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.5 Nederland licentie van Creative Commonsvan toepassing, tenzij anders vermeld.
Overzicht van alle RSS/Atom feeds van De Webfilosofen. Privacy polices en cookie beleid voor deze website
Deze website is geproduceerd door Markei WEBDISGN.