on-line en on-demand denken
Laatst gewijzigd op: 02-09-2006
Een model voor de menselijke geest is die van een pudding. Zo'n mooie roze drilpudding. Nu dus geen complex model vol met technische en abstracte begrippen. Wel een soort intuïtieve benadering. Het puddingmodel moet worden ingeleid om initiële gevoelens van verbazing weg te nemen.
1) BegripEen model voor de menselijke geest is die van een pudding. Zo'n mooie roze drilpudding. Nu dus geen complex model vol met technische en abstracte begrippen. Wel een soort intuïtieve benadering. Het puddingmodel moet worden ingeleid om initiële gevoelens van verbazing weg te nemen.
Vanuit de informatica komen de begrippen input en output. Het is heel eenvoudig om een model te maken dat uit een zendende omgeving en een ontvangend object bestaat. In de schetsfase van dit model beperken we ons tot een object met een duidelijke grens en tot eenrichtings verkeer. De input van de omgeving gaat het object in. Nu komt langzaam de pudding in beeld. De input is als een vinger die de pudding aanraakt. Vooralsnog is ons begrip van input rudimentair, rechtlijnig en direct. Geen moeilijke potentialen of spanningen. Dat komt later wel.
Het kernbegrip bij de vinger die de pudding aanraakt is weerstand. De pudding geeft mee, maar verzet zich tevens tegen verandering. Het resultaat is beweging. De pudding komt in beweging (gaat drillen).
We zijn nog ver van het begrip van wat begrip dan is. Hoe moet zoiets als een bewegende pudding een model van de menselijke geest of de menselijke hersenen gezien worden?
We zagen iets van weerstand. Weerstand is elementair. In een materieel wereldbeeld hoort weerstand. Zonder weerstand geen materie. Een noodzakelijke voorwaarde. Het materiële aan materie is de weerstand. In het zeer eenvoudige model van de vinger die de pudding aanraakt,(Ik denk daarbij aan de plafondschildering van Michelangelo om het wat meer dramatiek te geven) ontstaat beweging. Weerstand en beweging horen als het ware bij elkaar. Als Kant het heeft over a-priori tijd en ruimte begrippen, wil ik die begrippen als het ware nog weer een oorsprong geven. Nog weer een noodzakelijke voorwaarde. Een beweging is als het ware de vulling van de ruimte, die dan gedurende een bepaalde tijd gevuld is. De ruimte en tijd worden als het ware opgespannen door de beweging.
Het idee van de a-priori der a-priori's: beweging, is op zich niet van belang voor het begrip van het model van de pudding. Het lijkt er echter op dat de beweging van de pudding er al was voordat de pudding aangeraakt werd. De weerstand is een functie van de beweging. Maar hoe precies de causale keten van bewegingen tot het moment van aanraken van de pudding leidt, is van ondergeschikt belang.
We weten nu tenminste dat er weerstand is. De hersenen hebben dus ook weerstand. Als we de complexiteit van het model opvoeren, het model invullen, blijft de weerstand bestaan. We verlaten nu het model van de pudding. Het was een leuk gedachte-experiment. We richten nu onze blik op de hemel om te kijken of daar nog inspiratie uit te verwachten is.
En zie, de onweerswolken pakken samen en er ontstaat een bliksemflits. Omdat het beeld van de pudding mij nog voor de ogen stond, zie ik de bliksemontlading door de pudding gaan. Ik krijg nu een idee. Stel dat de input van de omgeving in verdichte vorm tot de hersenmassa komt. Zal dan niet net zo'n soort natuurlijk fenomeen als de bliksem in het geleiachtige brein kunnen plaatsvinden? We moeten dit beeld direct afzwakken. Bliksems hebben veel energie en kunnen destructief zijn. De "ontladingen" in de hersenen zullen heel wat minder gewelddadig zijn. Maar het principe is ineens duidelijk. De input verdicht zich en ontlaadt zich via allerlei vertakkende structuren.
Omdat de vertakkingen symbolisch zijn voor wat er daarbuiten gebeurd kan de hersenmassa haar controlerende en aansturende taak beginnen. Zou de weerstand van de hersenmassa te groot zijn, dan blijft de reactie oppervlakkig. Als de weerstand van de hersenmassa te klein is, dan zijn de vertakkingen niet langer symbolisch. Zou de input teveel verdicht worden dan gingen er teveel details verloren in de symbolisch weergave. Als er te weinig verdichting zou zijn dan zou wederom de symboliek niet opgebouwd kunnen worden. Al met al moeten de parameters precies juist zijn om met een zekere gedetailleerdheid een symbolisch representatie van de wereld in de hersenen te krijgen in de zich vertakkende ontladingen.
Hoe dat nu precies gaat met neuronen en chemische stoffen doet voor het doel niet ter zake. Het model is symbolisch, net als haar inhoud.
Wie tot zover heeft meegedacht en nog steeds niet zich hoofdschuddend heeft afgewend kan zich verheugen in een antwoord op de vraag wat die bliksemontladingen nu precies doen in dat puddingbrein.
Er ontstaan patronen. Deze patronen kenmerken zich door een verlaagde weerstand. Ik bedoel dat de ontladingen de weg van de minste weerstand kiezen.
Het tabula rasa heeft een vorm, of liever gezegd een weerstandsconfiguratie. De volgende input zal geneigd zijn hetzelfde pad te volgen. De weerstand tegen veranderingen speelt echter nog een rol. De weerstand herstelt zichzelf. De pudding trekt dicht als men de vinger eruit haalt. Vaag zijn nog de littekens te zien, maar het pad van de volgende ontlading zal niet gauw exact hetzelfde zijn.
Het model tot zover, hoe abstract en weinig concreet ook, biedt een verklaring voor geheugen. Dat zijn de littekens, de blijvend verlaagde weerstand. De ingesleten patronen, de verlaagde weerstand, zal iedere ontlading langs gebaande paden leiden. Kennis wordt zo een mutatie, een blijvende wijziging. Alhoewel de hersenmassa zich ook gedurende slaap weer herstelt en men slechts nog de grove lijnen kan herinneren. Ook is direct duidelijk hoe associëren werkt. Gelijkvormige input zal lang gelijkvormige paden ontladen en daar de herinnering aan eerder gebaande paden doen herleven.
Weerstand verlaagt niet alleen door input, ook door innerlijk verval. Zie daar de mogelijkheid om creatief te zijn. Nieuwe gedachten ontstaan als het ware vanzelf als open vallende paden in het brein.
Maar we zijn nog niet toe aan bewustzijn of begrip. Is het model wel bruikbaar voor dergelijke begrippen? Kan het uitgroeien tot iets dat inzicht geeft in de principes van de werking van de menselijke hersenen, de menselijke geest? Laten we het proberen.
Tot nu toe hebben we alleen gekeken naar input. Er is ook nog zoiets als output. Wat nu volgt zal zeker omstreden zijn. Ik noem het de reflectietheorie.
De mens is zichzelf een spiegel. Ik benader het onkenbare ding an sich van Kant door te kijken naar het medium met weinig tot geen weerstand dat overal "tussen" is. Ook in de mens zal die ruimte tussen, tussen input en output, zijn. We kunnen dan het volgende model hanteren. Als men in de bergen jodelt hoort men de echo's weerkaatsen. Men zal in de echo de input nog herkennen, maar een deel van de input is verloren gegaan in de open ruimte of geabsorbeerd door de omgeving. Dit fenomeen is een voorbeeld voor de relatie tussen de dingen.
Het is een kleine stap om het principe van echo of reflectie ook toe te passen op interne processen. Voordat behavioristen nu beginnen te juichen wel eerst even een kanttekening. Nog steeds gaat een deel van de input verloren, afhankelijk van de omstandigheden.

De input, die ontladingen, die blijvende patronen tekenen, vindt zichzelf een lege tussenruimte waarna ze reflecteert. Welke lege tussenruimte, zal de volgende vraag zijn. Die kan slechts gevonden worden door heel erg in te zoomen. Het idee van "actie is gelijk reactie" biedt houvast. Daar waar een vrije beweging in de tussenruimte een vaste weerstand ontmoet zal reflectie plaatsvinden. patronen worden zo achterwaarts terug gevolgd en vormen dan hun eigen dynamiek. Deze eigen dynamiek is een interne dynamiek die loskomt van de direct symbolische representatie. Zolang dat proces aan de gang is, is er sprake van een bewustzijn.
Bewustzijn heeft duidelijk een relatie met de omgeving, de oorsprong van de symbolische representatie. Ze ligt verder in het verlengde van het proces van input naar output. Misschien voelt een wetenschapper zich nu geroepen om verheldering te scheppen over waar en hoe precies "omkering" plaatsvindt in de hersenen.
Wat voor model hebben wij nu? Een pudding met bliksemflitsen die schade aanbrengen waar de pudding weer van herstelt. De bliksemflitsen ontmoeten een inwendige leegte en keren om en blijven naijlen. De pudding blijft in beweging.
Het is tijd om dit surrealistische tafereel te verlaten.
Blijft nog steeds over de vraag wat begrip is. Het eerste idee is een bouwsel van patronen, de blijvende schade, de interne littekens, maar dat is eerder kennis. Ik wil er toch weer dat idee van dat lege medium, die lege tussenruimte bij halen. De leegte krijgt een vaste vorm. Dat wil zeggen dat de materie om de leegte heen een vaste verhouding heeft. De reflecties of echo's die in deze leegte ontstaan zullen een gelijkenis vertonen, een karakter. Ze komen als het ware voort uit hetzelfde begrip.
Dit is nu een plaats om over optimisme te beginnen. Een pessimist ziet dat de mens gekwetst wordt door de omgeving, aangetast. Hij ziet het geweld van de inwerking en de onvrijheid van de processen. Maar ondertussen ontstaat er iets wonderlijks, iets fenomenaals, iets prachtigs. In de mens ontstaat een vaste leegte die Begrip wordt. Vroeger of later, als de mens de kans krijgt, is er een leegte in de mens die leidt tot het absolute Begrip. Alle eerder genoemde principes komen hier aan bod. Weerstand, ontladingen, patronen, reflectie. Rondom de leegte zijn is in Begrip zijn.
Wat voor goed, zo hoor ik de critici zeggen, is dit Begrip, als men het moorden en roven er niet door laat? Helaas de enige troost is dat ook dit moorden en roven wederom in de mens bijdraagt aan het Begrip. Iedere kleine of grote kwetsuur schept een leegte waaromheen Begrip is of zal zijn. Kortdurend of langdurend Begrip. Wie zal het zeggen?
Klaar voor het volgende onderdeel?
Vreemd toch dat die eenvoudige modellen antwoorden lijken te geven op vragen die veel moeilijker lijken. Vreemd ook dat nu duidelijk is dat zelfs die eenvoudige modellen geen begrip zullen vinden als de mens niet voldoende leegte in zich heeft, of aan die leegte nog geen vaste vorm heeft gegeven. Vreemd dat we wel kunnen lezen maar toch niet zodanig kunnen veranderen dat er ineens Begrip is. Of toch? Kan deze tekst de mens zodanig treffen dat haar leegte ineens stil gaat staan. Dat ze inwendig bevriest?
Daar is wel wat meer voor nodig. We zagen dat de leegte door iedere kwetsuur nog weer groeit of vorm krijgt. Er is nog geen einde aan de kwetsuren. Daar en dan begint de vervreemding. Niet in de productie van goederen die de mens niets meer zeggen, maar in het feit dat het Begrip niet blijvend is. Het absolute is relatief.
Bereikte inzichten en standpunten vervormen en ondergaan een metamorfose zonder dat men dat wil. Het ene moment lijkt de wereld vol betekenis, het andere moment is alles zinloos. om moedeloos van te worden. En het is slechts door een heftig geploeter dat men telkens weer de identiteit vindt (zie hierover het 3e onderdeel).
Iets valt op bij de vervreemding. Ze lijkt een golfpatroon te volgen. Na betekenis komt zinloosheid en na zinloosheid komt weer betekenis. Zo als na regen zonneschijn komt. Buiten de aantasting van het Begrip in haar transformatie naar Begrip ( met steeds meer abstractie), is er een begrijpen van de processen van vervreemding. Hoe is dat nu mogelijk? Er is toch geen harde kern, geen onaantastbare massa? Geen constante kwaliteit? Of zou het de massa of beter het volume van de leegte zelf zijn die een bepaalde grenswaarde bereikt heeft? Het is onwaarschijnlijk dat de leegte ons iets kan vertellen, dat kan slechts haar grensvorm, de omhulling, en die verandert steeds.
Het moet dus ergens in de patronen van de ontladingen zelf te vinden zijn. Een soort elementaire kwaliteit. Iets dat het begrip van een golfbeweging in zich heeft.
Op de middelbare school leerde ik alles van sinussen en cosinussen. Perfecte golfbewegingen. Ik leerde ook over het golfkarakter van licht. Iets in al die lessen wees me erop dat golfbewegingen veelvuldig voorkomen in de natuur, in de werkelijkheid.
Ik combineerde het idee van oneindigheid op een cirkelbaan, dat bij Spinoza aan de orde is, met een golfbeweging en voila: het beeld van de golf op de cirkel.
De redenatie is wat obscuur, maar ik vind dat dat best mag in de filosofie. Weerstand was elementair, een soort Platoons Idee. De hele natuur verzet zich tegen alles wat ook maar wil zijn. Het leuke van een golfbeweging is haar schijnbeweging. Het lijkt eerst de ene kant op te gaan, maar dan gaat het toch weer de andere kant op. Het lijkt alsof de pure beweging een weerstand ondervindt om zich te ontwikkelen. Dus als iets het idee van weerstand zou kunnen uitdrukken dan is het de golfbeweging. Tevens blijkt er het idee van reflectie in te zitten, door de symmetrie tussen golf en dal.
De natuur, het natuurlijk verzet als principe, heeft dus een golfkarakter. Nu kan zo'n karakter pas "bestaan" als ze oneindig is (of daar naar neigt). Wiskundig gezien is dat wanneer de golfbeweging op een cirkelbaan plaatsvindt. We zitten nu volop in de mathematica:
x = ( 1 + 1/n * sin(n * t))* cos(t)
y = ( 1 + 1/n * sin(n * t))* sin(t)
Je kan deze relatie in een spreadsheet zetten zoals ik gedaan heb en dat levert allemaal mooie plaatjes op voor hele golven (n = 1) of gedeelten van golven die over de cirkelbaan lopen en daar een blijvende vorm maken. Zie ook de link hieronder
In het bovenstaande model, een tweedimensionaal model, gaat het om het idee dat het principiële verzet van de natuur in een oneindigheid tot blijvende, bestaande vormen leidt. Niet slechts inerte cirkelvormen, maar grillige modulerende bewegingen die zichzelf uitnodigen om los te komen van de oneindige cirkelbaan.
De figuur van één hele golf op de cirkelbaan laat dit zien (figuur 1).

figuur 1: n=1
De overige vormen laten meer gesloten vormen zien (figuur 2 & 3).

figuur 2: n=2

figuur 3: n=1/2
Figuur 1 laat een knik zien waar een beweging als het ware niet vloeiend doorheen kan komen. De oneindige beweging zal als het ware mathematisch gedwongen worden om hier los te komen en rechtlijnig door te gaan. Uit die rechtlijnige, losse bewegingen ontstaat interactie tussen de "bestaande" bewegingen. En bent U al een beetje vervreemd?
Het kan nog vreemder. Drie dimensionaal ontstaan bolvormige golffronten die de neiging hebben uit te dijen. Ik kan me daar slecht een voorstelling van maken. Mijn voorstellingsvermogen laat me dan in de steek. ik zal er dan ook niet op doorgaan. Ik laat dat over aan anderen.
Maar die golfbeweging zit dus overal in en dus ook in de patronen in het pudding-brein. Naast het Begrip rondom de leegte is er dus de ervaring van het golfkarakter. Daarmee toetsen we als het ware ons begrip. En zo wordt iedere vervreemding een ervaring die we wel weer kunnen plaatsen.
Voor de MS Office/spreadsheet gebruikers die dit denken willen onderzoeken Download de spreadsheet
Voor de Open Office/spreadsheet gebruikers (linux) die dit denken willen onderzoeken Download de spreadsheet
Identiteit is een functie van gedrag.
Als iets op een bepaalde vaste manier reageert of handelt, krijgt het van ons een predikaat dat de identiteit aanduidt.
Uiteindelijk gaat het dus niet om hoe we er uit zien voor de identiteit. Stel dat een blinde moet beoordelen of de identiteit gelijk is van een mens waar hij twee keer verbaal mee te maken krijgt. Doet de baard, die hij niet ziet, ter zake?
En we weten dat na een herseninfarct de identiteit van iemand volledig kan veranderen, ook al is het dezelfde persoon en ziet hij of zij er hetzelfde uit.
In dit licht gezien zijn identiteitspapieren heel moeilijk realiseerbaar. Eigenlijk willen we namelijk weten hoe iemand zal gaan handelen. Zal hij een vliegtuig kapen? Het maakt niet uit wie iemand is, maar wat hij onder bepaalde omstandigheden zou kunnen gaan doen. Identiteitspapieren zouden dus eigenlijk een uitgebreid curriculum vitae moeten zijn.
Maar hoe sluit dit aan in het verhaal over begrip en vervreemding? Ik was wel heel abstract in het vorige onderdeel. Het was in die zin eerder vervreemdend, dan dat het over vervreemding ging. Want dat het veranderende begrip aanwezig is zegt nog niets over hoe vervreemding in de praktijk werkt.
Ik kom tot de volgende stelling: Iedereen heeft een of meerdere rollen. Dat begint al als kind. Het kind kopieert gedrag uit de omgeving en legt dat aan zichzelf uit als of hij of zij een rol speelt. Dat kunnen heel gewone rollen zijn, kleine of grote rollen. De rol van het kind dat niet bang is bijvoorbeeld. Het kind handelt naar de rollen die het duidelijkst zijn. Als het zegt brandweerman te willen worden is die rol duidelijk vuurtjes doven, mensen helpen, rampen bestrijden, de held zijn. Pas verder, als men de rol consequent doorvoert, krijgt men te maken met keuzes. Mag men als brandweerman zelf de brand maken? Het zijn de keuzes op dit soort vragen, niet allemaal zo extreem, die de identiteit bepalen.
Het zijn dus keuzes die men maakt, die zich uiten in het handelen, die de identiteit bepalen. Steeds minder blijft er over van de rol.
De aansluiting met vervreemding is te vinden daar waar men de rol als basis zo doorvoert dat men ook keuzes gaat maken die men denkt dat bij de rol horen, maar die niet stroken met hoe men er zelf over denkt. Door een rol consequent door te voeren kan men vervreemd raken. Men kan zich aldus een vreemde identiteit aanmeten. Wat daarbij ontstaat is afstand.
Precies daar vinden we het begrip weer terug. De vaste afstand in de leegte ( waar begrip uit voortkomt zie hiervoor het 1e onderdeel) staat er eigenlijk garant voor dat iedere identiteit als het ware een valse identiteit is. Welke rol men ook heeft, de identiteit die hier uit voortkomt heeft altijd een afstand tot de kern van het subject zelf.
Dit betekent dat iedere keuze, gemaakt voor de rol die men speelt, de identiteit die men zich aanmeet, een valse keuze is. Het oorspronkelijke, het evenwichtige en harmonieuze (daar moeten we maar van uitgaan) wordt doorbroken door de keuzes. Het lijkt daarom logisch dat het niet-handelen, het wu-wei, zoveel beter lijkt.
Het optimisme van het Begrip, het vanzelf ontstaan van begrip, ook al is dit onderhevig aan verandering, blijft echter. Iedere keuze, ook al is ze vals omdat ze een afstand tot het subject schept, zal bijdragen aan Begrip en is dus toch weer een juiste keuze.
We moeten ons nu ernstig afvragen welke ontkrachtiging we hier geven aan de rol van de moraal. Als iedere keuze de juiste keuze is, is ook ieder handelen ethisch handelen en kan de ethiek niets meer toevoegen. Ik sprak echter al van "rol van de moraal". De moraal zit vervat in de rollen die men speelt. Nog steeds zijn er, we kunnen dit niet ontkennen, keuzes. Nog steeds bepalen de keuzes ons handelen en aldus de identiteit. Nog steeds zal het consequent doorvoeren, ook van de morele rol, tot vervreemding en afstand leiden. Daarbij zal de kern onkenbaar blijven, maar wel samen met de afstand een begrip vormen. We mogen nu dus stellen dat identiteit een begrip is.
Er zijn echter nog onbesproken dimensies aan dit verhaal, de onderdelen van een filosofische novelle. Is dit verhaal een groot verhaal? Dat is een contradictie. Het verhaal is kort, maar verdicht en er zijn hopelijk wat raakvlakken. Misschien dat U op deze afstand, in ruimte en tijd, veel kan toevoegen of wegstrepen. Misschien dat het verhaal ook niet langer over de mens gaat met haar mesokosmos, maar over het universum of juist de microkosmos.
Kenmerkend aan de schaalverschuivingen in de kosmos zijn de afstanden. Als het gaat om de leegte in de mens, met het Begrip rondom, dan is die leegte ook daarbuiten met materie rondom. Zo is duidelijk als we inzoomen op de tafel. We weten dat de tafel leegte bevat en het rondom bepaalt het begrip, de identiteit van de tafel. Maar op grotere schaal lijkt de leegte het over te nemen. Ineens is er geen rondom meer, maar een "in" de leegte zijn. Wie heeft dit verzonnen?
De leegte vormt geen grens, dat kan ze niet. De grens is altijd een materie en dus is de materie altijd er omheen.
Ho ho, klopt dit wel? Is de grens altijd aan de buitenkant? Er zullen toch ook wel binnengrenzen zijn? Ons begrip is er omheen, maar wil dit dan ook zeggen dat dit daarbuiten, op grote schaal, ook geldig is?
Terechte vragen. Helaas kunnen wij bij dit soort vragen slechts van ons begrip uitgaan. Maar uiteindelijk kunnen we dan ook het buiten, door het naar binnen te denken, in ons begrip opnemen.
Welke betekenis heeft nu de afstand? Weten we dan al wat betekenis is? Ik zou willen zeggen van wel. We kennen het begrip identiteit en die krijgt betekenis vanuit het handelen. Betekenis is dat wat waarde geeft aan een begrip. Welke waarde hoort nu bij "afstand"?
We zagen in het 1e onderdeel dat er een omkering is, een reflectie. De afstand stelt de reflectie uit, zorgt voor een uitgestelde reactie. Zorgt er voor dat niet alle invloed tegelijkertijd plaatsvindt. We vinden een verband tussen ruimte en tijd.
Vanuit de denkmodellen, die ik hier schets, de begrippen die ik hanteer, is de afstand iets statisch, maar het is duidelijk dat ze er niet zou kunnen zijn zonder de dynamiek van de input en de output, de losgekomen beweging.
Krijgt U er nog steeds geen genoeg van?
Als er ergens dynamiek uit kan ontstaan dan is het uit handelen. Gewoon beweging is niet genoeg. Maar toch is handelen niet meer dan beweging. De zelfzuchtige genen kunnen niets anders doen dan de bewegingen motiveren.
We komen weer uit bij de zichzelf bevestigende beweging. Nu zijn de dragers, de genen, niet een oorzaak maar een gevolg. Omdat de bewegingen op zichzelf terugvallen, na wat omzwervingen, ontstaat er een blijvend iets, een constante factor.
Handelen is een gemotiveerde beweging, maar de motivatie komt voort uit het begrip van de constante factor. Het zou verkeerd zijn het idee van identiteit te leggen bij de constante factor. We moeten het gehele cyclische proces in beschouwing nemen, inclusief het handelen, en dat tot identiteit rekenen.
Kunnen we dan geen onderscheid maken in soorten handelen? Dat kan wel. Het maakt in principe geen verschil voor het idee van de cyclische processen, maar men kan wel herleiden tot welke constante factor het cyclische proces terug voert.
Om nu een voorstelling te maken van hoe tijd en ruimte cyclisch zijn, helpt misschien beter om te denken aan een spiraal dan aan een gesloten cirkel. Die spiraal doet ons weer aan de genen denken.
Eerst maak ik een uitstapje naar een idee over de oorsprong van de begrippen tijd en ruimte. Ik hoop te kunnen aantonen dat de a-priori verstandsbegrippen ontstaan vanuit nog een ander begrip, namelijk dat van beweging. Parmenides heeft geprobeerd beweging te ontkennen. Ik denk dat in dat geval de conclusie zou moeten zijn dat ook tijd en ruimte er dan niet zijn. Het is een klassiek geval van een paradox.
Als nu eerst een lege ruimte gedacht wordt en een oneindige tijd dat die ruimte er is. Kan een dergelijk systeem bestaan? Is die ruimte er in werkelijke zin? Als er niets is, hoe kan dat dan een tijdsduur hebben?
Als we echter een cirkelbeweging nemen dan weten we dat deze beweging tijd kost. De beweging geeft inhoud aan het begrip tijd. Tevens staan de bereikte punten van de beweging in relatie met elkaar. De ruimte wordt opgespannen door de bereikte punten, door de beweging. De relaties vormen de ruimte.
We keren nu terug naar de cirkelbeweging die een spiraal vormt. Er is een cyclus van reproductie, leven, ontstaan. Een definitie voor leven is dat wat zich reproduceert. We hebben een zekere voorkeur voor de periode van reproductie om het een wel leven te noemen en het andere niet.
Een onvruchtbare vrouw reproduceert niet, maar leeft wel, volgens gangbare begrippen. Hoe zit dat dan?
De processen zijn echter groter dan de eenheid. Bij reproductie wordt veel verspilt. Denk maar eens aan boomzaden. Een verspilt boomzaadje is toch onderdeel van de reproductieprocessen, van het leven.
Toch zal men misschien weigeren om aan het leven niet ook een zeker bewustzijn toe te dichten. Het mooie is dat het levende handelen altijd begrip krijgt van dat reproductieproces. Dat bewustzijn dus eigenlijk niet nodig is voor leven.
De omstandigheden van de op zich dode materie veranderen zodat er een spiraalvormige cyclus ontstaat en er richting ontstaat.
Als men de consequenties van de door beweging opgespannen tijd en ruimte beschouwd, kan men niet anders dan concluderen dat het gehele universum op leven gericht is en dus levend is. Want zelfs op het hoogste niveau reproduceert het universum zichzelf. Het verschil is misschien alleen dat sommige reproducties tweedimensionaal zijn en dat we dan geen ontwikkelingen zien en het object dan dood noemen. Het beweegt echter wel.
Het handelen, gemotiveerd door reproductie, heeft echter ook andere mogelijkheden. Ik onderscheid drie soorten handelen:
1) Conservatief handelen
2) Reactionair handelen
3) Progressief handelen
Conservatief handelen is behoudend, eigenlijk een soort platte reproductie. Men wil alle dingen gelijk houden aan hoe ze waren. Een soort ontkenning van de spiraalvorm. Men wil de input absorberen.
Reactionair handelen ziet de spiraalvormige ontwikkeling en wil deze terug draaien. Men wil de input reflecteren.
Progressief handelen onderkent de spiraalvorm en men wil mee veranderen. Men wil de input tot mutaties laten leiden.
Het is absurd om een voorkeur uit te spreken of een juist handelen aan te wijzen. Alle vormen, ik noem ze nog even apart vanuit het perspectief van bewegingsinput, komen afzonderlijk voor:
1) Absorptie
2) Reflectie
3) Mutatie
Het bewustzijn, waarvan ik de rol ontkend had, is dan toch van belang om duidelijk te maken in welke reactievorm, in welk handelen men zich bevindt.
De mens is pas vrij als hij niet over vrijheid hoeft na te denken. Ook bestaat vrijheid als uitgestelde reactie in de afstanden van de ruimte. Maar hier wordt nu dus duidelijk dat vrijheid is vrij tussen de modi van handelen te kunnen wisselen.
Geeft U het nog steeds niet op?
We willen weten wat dynamiek is. Als het al ergens om gaat, dan is het om doorleefde dynamiek, ervaringen. Eerst dan maar de a-priori's voor ervaringen. Ik ga dan kijken naar de psychologische dimensie. Niet naar ruimte en tijd als zodanig, maar naar behoeften.
Heel eenvoudig is om te zeggen dat een ervaring een behoefte vervult of juist niet. Dat is een beetje dualistisch denken, twee dimensioneel. Maar laten we het toch nog even doorvoeren.
Vanuit het denken in behoeften ontstaat een soort biologische nuchterheid. In die biologische nuchterheid gaat het om overleven. Behoeften worden als het ware gedefinieerd als dat wat als het vervult raakt ons laat overleven. Zuurstof om te ademen bijvoorbeeld.
Primaire behoeften zijn eten, drinken, slaap en rust, zuurstof, ontlasting en parallel daaraan de seksuele bevrediging. Er zullen mensen bezwaar kunnen hebben tegen de status "primair" van deze behoeften. Men kan zelfs geneigd zijn helemaal niet te willen denken in termen van behoeften. Dat komt dan mijns inziens voort uit de secundaire behoeften. De grens tussen primaire en secundaire behoeften is vaag. We kennen de piramide van Maslow met zelfrealisatie bovenaan. Ook in een eerder gedachten experiment zagen we hoe juist zelfbevestiging elementair kan zijn. Wat ik primaire behoeften noemde zijn dan juist weer afgeleid van de speciale vorm die zichzelf bevestigt, herhaalt en bekrachtigt.
Hoe dan ook er ontstaat een tussengebied van noden en wensen dat zich met Nietzsche het beste laat beschrijven als de Wil tot Macht. Dit is hoe dan ook een secundaire behoefte. Men kan de zelfrealisatie als elementair beschouwen en machtsuitoefening zien als afgeleide vorm daarvan. Of men kan juist vreten en vrijen als elementair beschouwen en de Wil tot Macht als afgeleide intelligente vorm om een manier te vinden om die behoeften optimaal te bevredigen. Heel dynamisch allemaal.
Nog even over secundaire behoeften. Dat kan ook zijn gericht op hoe het voedsel wordt opgediend, welke kleur, smaak en warmte het heeft. Dat het door een vriendelijk iemand wordt opgediend en niet te duur is. We willen niet alleen bevredigd worden. We willen daarbij de ervaring van het genieten. Het grote Genieten is waar we de Wil tot Macht voor nodig hebben. Allerlei soorten macht. Macht om intens te beleven aan de ene kant, als ook de macht om rotgevoelens aan de andere kant snel te vergeten. Een onmogelijke taak dus.
Macht is in essentie het gericht kunnen herinneren. Als men precies de juiste kennis vindt en toepast kan men de wereldzeeén bevaren en de hemel bevliegen.
Alle opvoeding lijkt gericht te zijn op het leren gericht te herinneren, op het versterken van de macht en het bevorderen van de machtsuitoefening. Met alle consequenties van dien. Het cultiveren van de slavenmoraal is daarbij het planten van virtuele herinneringen en die gericht laten herinneren.
Toch kennen we ook de overgave aan het machteloze. Vanuit de natuurlijke behoefte van ons speciale vormwezen aan slaap, maar ook in gecultiveerde vorm van meditatie. Helaas is men met mantra's net zo'n soort fixatie op herinneringen aan het maken die ons oogkleppen bezorgt.
In het gerichte en gefixeerde herinneren ontstaat een betrouwbaar en consequent wezen, een gewoontedier. Heel veel ethiek, ethische regels, zijn gericht op het consequent zijn. Konsekwent het "juiste", "passende" handelen. Dat kan ook alleen maar als men maar één gefixeerde waarheid heeft, die telkens herinnert wordt. En dit ongeacht de variatie in feiten die zich voordoen. Hoe sterker het gerichte herinneren, des te sterker het idee van de Waarheid. Het dogmatisch leven en handelen naar konsequentie wordt slechts door geesteszieken losgelaten. Alleen zij kunnen zich nog totaal machteloos overleveren aan de elementen van de natuur. Alhoewel dat natuurlijk ook gericht kan zijn op een consekwent herinneren van een eerdere ervaring.
Nu hebben we grondbegrip voor het nadenken over een waardenstelsel. Dit essay blijkt natuurlijk niet consequent doorgevoerd in haar opzet. Het handelen moet alsnog nogmaals aan de orde komen voordat verder kan worden gegaan met het begrip dynamiek.
Sloterdijk omschrijft wijsheid als resistentie tegen het noodlot en hij beschrijft de rol van ontworteling. Dat sluit aan bij het spreekwoord om door schade en schande wijs te worden. Toch zal geen enkele ethica gericht zijn op het handelen in dienst van de schade en schande. men gaat er blijkbaar van uit dat het noodlot toch wel toeslaat en dat men in de tussentijd beter kan dromen over een zuiver handelen in dienst van theoretische idealen.
We moeten uit het vorige onderdeel een aardig idee van handelen gekregen hebben. Het blijkt dat dit in alle nuchterheid gericht is op primaire behoeften en zelfrealisatie. In dynamische variatie als het gaat om alle mogelijke secundaire behoeften.
Om toch te komen tot een zekere nuttigheid in het denken over handelen zal ik proberen het "juiste handelen" aan bod te laten komen.
Juist handelen zal uitgaan van de onvermijdelijkheid van begrip, van de materiële grens aan de leegte die in ons is en vormt. Het moet rekening houden met onze "omhulling" in letterlijke en figuurlijke zin.
Wie zou ik zijn, om in alle nuchterheid over de juistheid van bevredigen van behoeften of de juistheid van zelfrealisatie te praten. ik wil daarom een klein uitstapje richting Levinas maken.
Het gelaat van de ander treft mij. Het raakt mij. Bouwt onherroepelijk mee aan mijn eigen grens. Maar in de dynamiek van de onduidelijkheid, voor wat deze ervaring van het gelaat betreft, en wat deze ervaring betekent, laat ik het begrip weer varen. Ik raak het begrip kwijt. Alle gericht herinneren wordt doorbroken door een binnendringen van het visioen in de vorm van een gelaat. Direct, onmiddellijk, door tijd en afstand heen. over de grenzen van de dood. Nooit was de nabijheid van de Ander zo groot, in contrast met de materiële werkelijkheid.
Men kan zich inbeelden dat dit voelen van het gelaat de enige echte werkelijkheid is. Dat deze versmelting van zielen een hogere werkelijkheid vormt met een hogere betekenis.
Terug naar het handelen. Welk handelen men nu ook kiest, telkens blijkt het onderbroken te worden door die momenten. Door de onplaatsbare ervaring. En ik zou willen zeggen dat men onderbroken mag worden. Geen enkel handelen zou zo geconcentreerd moeten zijn dat niet juist deze begeesting een plaats krijgt.
Het juiste handelen is het onderbroken handelen. Het geconcentreerde handelen leidt naar het einde van de dynamiek.
Nu weten we. Nu is er begrip. Het is gezegd. Het is gedaan.
Dit hele schrijven is bijna een voorbeeld van geconcentreerd handelen. Het foute voorbeeld. Maar telkens blijken er voldoende momenten van onderbreking en slechts in uitzonderlijke gevallen is een verdichting mogelijk.
Ooit zal deze site verloren gaan aan nieuwe initiatieven. Dan is er weer een onderbreking voor kortere of langere periode in het soort denken dat ik hier liet zien.
Nog aan de orde moet de wetenschap komen. En daarmee de wetenschapsfilosofie. Ook moeten de bezwaren tegen een onderbrekingsfilosofie genoemd worden en g eridiculiseerd. "Anything goes", zei Feyerabend, om de concentratie van macht bij jezelf te houden. Liever nog maak ik mezelf belachelijk in de pretentie een groot filosoof te zijn en in het verkondigen van een grote boodschap. Die moet ik maar in de wc achterlaten.
Voor de wetenschap blijft er niet zoveel over. Zij blijkt een hulpmiddel bij het gericht herinneren en dient steeds vaker om abstract theoretische herinneringen in de plaats te zetten van de warrige dagelijkse en praktische herinneringen.
Er zijn wonderkinderen die de wetenschap niet nodig hebben om elke gedachte een plaats te geven in een betekenisstelsel. Dat soort betekenisstelsels, de vruchten van de geest, blijken soms heel hypnotiserend en krachtig. Dan wedijveren dus de kunst en de wetenschap om aandacht. Een filosofie die dit uitlegt in termen van dynamiek heb ik al gegeven.
Het gerichte herinneren wedijvert dus met de fantasie. Ik voel een universele machteloosheid om mijn fantasie te beteugelen. De mens is het dier met teveel fantasie. En nu is het tijd voor een onderbreking.
Geplaatst door: Léon Hoeneveld | 2006-09-02 00:01:00
Leon Hoeneveld 03-09-2006
Deze site is auteursrechtelijk beschermd, op dit werk is de Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.5 Nederland licentie van Creative Commonsvan toepassing, tenzij anders vermeld.
Overzicht van alle RSS/Atom feeds van De Webfilosofen. Privacy polices en cookie beleid voor deze website
Deze website is geproduceerd door Markei WEBDISGN.