on-line en on-demand denken
Laatst gewijzigd op: 25-09-2008
Als Jezus Christus de confrontatie aangaat met de machthebbers, met de bekende gevolgen, is zijn daad slechts te begrijpen als een "amor fati". De wijsheid, die zo moeilijk te ontdekken is, uit de realiteit van pijn en lijden, betreft de geestelijke stap, de sprong met het bewustzijn, om de macht die tegenover hem stond ten volle te accepteren.
De geestelijke stap, de sprong, is met het verhaal van de kruisiging een belangrijk historisch feit geworden. Wat behelst deze sprong precies?
Wij kunnen het leven ervaren aan krachten die op ons inwerken. Er zijn krachten die met ons mee lijken te werken en er zijn krachten die ons tegen lijken te werken. Het ongevormde bewustzijn heeft slechts een verlangen of wil naar de krachten die mee werken. Iedere tegenwerking wordt gezien als belemmering, de wereld is vol obstakels.
De sprong die men kan maken is definitief de obstakels op de weg niet langer als belemmeringen te zien. In een populaire uitdrukking kan men de belemmeringen zien als uitdagingen, maar belangrijker is dat men het moment van confrontatie met de wereld niet ziet als negatief, maar als wenselijk.
Het vereist nog wel een rechtvaardiging om de waarde van het geloof, de hoop, nu met een sprong, bij de confrontatie met de wereld te leggen.
In eerste instantie, kan men het begin van alles beschouwen als ontstaan uit weerstand. Precies dat gegeven gebruiken voor een rechtvaardiging van het Godsbegrip, waarbij God als weerstand schepper is, bepaalt het verdere denken.
Men kan zich op de weg door het leven in eerste instantie geconfronteerd zien met de spiegel. Deze spiegel is niets dan een beeld, geen agressie of handeling komt uit de spiegel voort. Maar ze is daar als beeld en toont zich als obstakel. Men ondervindt een weerstand in de voortgang door het leven, gesymboliseerd door het spiegelbeeld. Men komt zichzelf tegen.
Ook hier vereist het een sprong om de hoop voor de toekomst te leggen in juist de weerstand die men mag ondervinden. Hier in de confrontatie met zichzelf, door het spiegelbeeld gegeven.
Het is in essentie geen vraagstuk van schuld of boete dat men zich in het leven bevindt met de weerstand die men ondervindt. Schuld of boete zijn vormen van uitleg om te kunnen komen tot een sprong van acceptatie voor de weerstand als gegeven. God, begrepen als de weerstand, is een gegeven.
Het is in eerste instantie een genadige God, die slechts een beeld geeft als confrontatie, een puur geestelijke confrontatie. Maar in essentie is de gehele wereld de substantie van weerstand die tegenover de mens staat. En God, begrepen als weerstand, is alles, alom vertegenwoordigd, almachtig, eeuwig, schepper, persoonlijk.
Het kwaad, begrepen als de uitwerking van krachten op de mens, de overwonnen weerstand, is niet de essentie van die God, want die is juist weerstand tegen de uitwerking, het behoud.
Echter zonder weerstanden die overwonnen worden, zou het leven zich niet laten kennen als opbouwend in verschijningsvormen, tot de complexe wezens die wij zijn. Het is door de weerstand dat de weerstand overwonnen kan worden. De wijsheid van alle wezens in het bestaan is dat ze niet alleen enorme weerstanden opwerpt, maar de weerstanden ook overwonnen laat worden. Hoe groter de weerstand is die men aanneemt, hoe groter de kracht die haar uiteindelijk overwint. Ieder wezen zal zich de vraag moeten stellen welke kracht ze uiteindelijk tegenover zich wil hebben.
Als we nu leren van het verhaal van Christus, en de waarheid werkelijk willen aanvaarden, dan zal de hoop in een denksprong gericht worden op een acceptatie van de gegeven weerstanden, zonder daar zelf blindelings een weerstand voor op te roepen. Dan heeft Jezus de pijn en het lijden gehad, maar hoeven wij dat niet zo ver te laten komen.
De confrontatie echter die we eerst moeten vinden, met het spiegelbeeld, zal mogelijk voor velen uitwerken als lijden. Pas als de eigen weerstand zodanig geconfronteerd is, dat mogelijk ook al schade ontstaan is, zal men toekomen aan de keer in het denken.
In veel mensen is een weerstand tegen de logica van het geloof, de hoop, de sprong. Men verwacht niet van een geestelijke act verlossing, als er in de materiële wereld niets verandert. Deze weerstand is productief geweest om mensen te laten geloven in een toekomst van onbelemmerd geluk, door bijvoorbeeld technische vooruitgang. Het ware geluk zie ik echter pas bereikt worden als men in ieder geval de geestelijke act, de sprong van acceptatie, de "amor fati" heeft kunnen maken. En dat houdt juist in dat men niet gaat voor een onbelemmerd geluk voor velen, want dat is zonder besef.
Vanuit het denken over geloof en wat we mogen hopen, gaat juist een liefde voor de weerstanden in het leven uit, een liefde voor God. Dat is geen onvoorwaardelijke liefde. Men kan weten dat de wereld ons confronteert, dat is realistisch, en dat onze weerstanden overwonnen zullen worden. Maar als we op onze weg weerstanden ondervinden en deze kunnen accepteren, dan hebben we als resultaat een verminderd lijden, door de liefde voor God.
Ik besef me dat een wereld die altijd zal blijven bestaan uit weerstanden ook wel uitzichtloos kan lijken. Als de persoonlijke weerstand zo verzwakt is dat liefde onmogelijk geworden is, acht ik humaan om te proberen de weerstand tegen dat soort denken te verhogen met alle daartoe mogelijke kunstmatige middelen en als uiteindelijk geen middel meer werkt acht ik de uitstap uit het leven legitiem. We kunnen misschien wel stellen dat de weerstand tegen de vrijdood kunstmatig hoog gehouden moet worden, maar dat realisme vereist dat we de weerstand niet te hoog laten worden. Om risico's van vele geesten met een uitzichtloos perspectief, op hun omgeving, te beperken.
Maar ik spreek hier volledig uit persoonlijke overtuiging en niet ter gronding van een ethische code. Ik mag mezelf gelukkig prijzen met medemensen voor wie de weerstand voor dit soort denken groter is.
Het universum dat ik hier wil schetsen is dat van krachten die weerstanden willen overwinnen, een neiging hebben tot annihileren. De weerstand is de overwinning op het niets, maar het niets spreekt voortdurend tegen ons. In samenhang is de zuigende kracht van het niets en de verschijningsvorm van steeds complexere weerstanden dat wat we leven noemen. Het eeuwige leven is een leven van in weerstand zijn. Met het besef van de noodzaak tot acceptatie van weerstanden kunnen wij het bewustzijn van eeuwig leven dragen.
Dit artikel is een oproep van weerstanden, maar dan slechts die weerstanden die gegeven zijn in verbale discussie.
Geplaatst door: Leon Hoeneveld | 2008-09-25 15:01:00
René Loesberg 27-09-2008
Leon,
Even klein beginnen. Is God nu een weerstand tegen de weerstand, of een weerstand die overwonnen moet worden?
Leon Hoeneveld 27-09-2008
René,
een fijne vraag.
Ik kan me voorstellen dat de stap om God als confronterende macht te stellen en met een soort natuurkundig begrip van weerstand te vergelijken veel mensen te veel is. Filosofisch gezien zie ik echter geen alternatief. God is zeker niet de macht die je maar je gang laat gaan, of alles op zijn beloop wil laten.
Natuurlijk gaat er een wereld van vergelijkingen open als je eenmaal het begrip weerstand gebruikt. Want weerstanden staan ten opzichte van elkaar, en weerstanden worden overwonnen.
Een diep filosofische vraag heeft echter de mogelijkheid van een antwoord en met dit antwoord komt er begrip. De vraag is de bekende vraag van Leibniz en later Heidegger: Waarom is er iets en niet veeleer niets?
Stel we nemen even aan dat "weerstand" naast een geestelijke betekenis ook een fysieke betekenis heeft. Dan zal die weerstand puur en alleen door het weerstand zijn de wereld kunnen beschouwen als bestaande uit weerstanden. Een weerstand roept namelijk weerstand op. Of met andere woorden actie = reactie. Een universum waarin het iets, zijnde de weerstand tegen niets in eerste instantie virtueel is, is een universum waarin weerstanden niet virtueel zijn ten opzichte van elkaar. Dat is ons universum.
Wij bestaan dus slechts en alleen als weerstand in een wereld waar we weerstanden waarnemen.
God is dus weerstand tegen niets, en dus de schepper.
In het spel van weerstanden tegenover elkaar kunnen we ons beseffen dat actie = reactie nog steeds geldig is, en hoe complexer de weerstand, hoe complexer de verschijningsvormen. Je zou kunnen stellen dat de tijd zorgt voor grotere complexheid doordat het niets langer overwonnen is en dat de verschijningsvormen dus ook complexer moeten worden.
Wel zou je kunnen stellen dat de weerstanden ook meer overwonnen worden gedurende de tijd en dat het universum van weerstanden dus leger moet worden.
Dus aan de ene kant complexere weerstanden/verschijningsvormen, aan de andere kant een leger heelal.
Ik kies vooralsnog de kant van de complexe verschijningsvorm, maar "amor fati" moet de voortschrijdende leegte (in mijzelf) accepteren.
René Loesberg 29-09-2008
Leon,
Jij zegt; God is dus weerstand tegen niets, en dus de schepper. De schepper van God is echter de mens.
De mens maakt de wereld van weerstand, om te ontkomen aan het Niets. De mens moet zich verantwoorden, en dat kan niet tegenover het Niets. De mens kan zich wel verantwoorden - voor zijn daden om de weerstand te overwinnen - tegenover God en de mensen.
De weerstand kan nooit minder worden. Dit zien we in de begeerte, die nooit vervuld kan worden en het lijden, dat nooit verminderd. Is een weerstand overwonnen, zal een kleinere groeien.
Net als Sisyphus draagt de mens een steen de berg op, wetend dat op de top de steen naar beneden rolt. Deze eeuwige taak wordt in dank aanvaard, want als zijn taak vervuld zou zijn wacht de verveling. Een verveling die de mens confronteert met zijn grootste angst; het Niets.
Leon Hoeneveld 30-09-2008
René,
Om de best wel gecompliceerde waarheid van "weerstand zijn" tot uitdrukking te brengen had de mens willekeurig welk begrip kunnen gebruiken.
Dat verantwoorden is een uitdrukking van "tot besef komen" of "in besef zijn" en heeft niets te maken met een Goddelijk oordeel. Je zou kunnen stellen dat het idee van de Wil van God gereduceerd kan worden tot een vergelijking; waar ligt de weerstand (op dit moment). Meer een gegeven dan iets dynamisch, hoewel weerstanden wel veranderen.
Ik kwam juist in mijn denken tot de voorlopige conclusie dat tijd een verschijnsel is van veranderende weerstand. Met andere woorden, de tijdsbeleving is puur en alleen de beleving van vooral het afnemen van de weerstand, van leven naar dood. Heb je geen weerstandsconfiguratie of verandert die weerstand niet, dan bestaat er voor jou geen tijd.
Misschien wel een eeuwigheid, van gelijkheid. Daarbij heb je pas iets als je het kwijt raakt.
We leven dus in de wereld van extremen, maximum weerstand tegenover minimum weerstand, en daartussen bewegen we ons met een soort parabolische boog. Als kind bouwen we nog wat weerstand op, later gaat het alleen maar langzaam verloren.
Sysiphus gaat de berg op, maar de andere kant er af en daar is de helling vaak wat langer.
Waarom Sysiphus perse aan de stijle kant de berg op moest is de vraag.
René Loesberg 30-09-2008
Leon,
Je spreekt over tijd als veranderde weerstand, in een leven. Kan dat ook gelden voor de hele menselijke geschiedenis?
'Il faut imaginer Sisyphe heureux' - Camus
Leon Hoeneveld 01-10-2008
René,
het is moeilijk om in dat soort eenheden te denken. Ik zie in ieder geval de weerstand van mensen steeds meer naar de "rand" gaan, dat wil zeggen, het huis, de auto, de organisatie, de regelingen. Je zou voor een "mensheid" je iets voor kunnen stellen als een gouden kooi. De kooi vangt de klappen van buiten een beetje op, maar we moeten niet onderschatten dat als de individuele mens steeds zwakker en afhankelijker van zijn schil wordt dat ook een wegkwijnen mogelijk is, zodat slechts de randweerstand overblijft als een soort van getuigenis, onaangetast, maar niets meer beschermend.
Natuurlijk heeft de mensheid altijd al de weerstand gezocht van objecten buiten de mens, bomen, grotten, dat doen dieren ook wel, om die weerstand te gebruiken om de eigen weerstand groter te maken. Hoe dit er precies uitziet als figuur in het veld van maximale weerstand naar minimale weerstand. Als het een vorm is met enig volume moeten er wel interne spanningen zijn. Dus dat zou best kunnen.
In ieder geval is de tijd niet cyclisch of lineair, maar slechts een gelimiteerd proces in een veld.
Tijdelijk.
Maïté 14-04-2010
Er is iets dat me even duidelijk moet gemaakt worden...
Is de mens weerstand, God weerstand, of de hindernissen weerstand?
Maïté.
Leon Hoeneveld 14-04-2010
Hallo Maïté,
Je kunt je het leven van de mens het beste voorstellen aan de hand van de boogvorm (zoals bij een brug). Het begin van het leven, het midden van het leven (een hoogtepunt) en het einde van het leven verheffen zich boven het Niets. Het Niets geeft weerstand tegen het zijn, maar als het zijn er eenmaal is geeft het weerstand tegen het Niets.
Het kenmerk van God is die weerstand. Zowel van het Niets voor het Zijn als van het Zijn voor het Niets. Je zou overwonnen weerstand het Kwaad kunnen noemen, maar het is alleen maar logisch dat er weerstand tegen de weerstand is.
Maïté 15-04-2010
Dus geeneen van de 3..
Gewoon er zijn en er niet zijn...
"In eerste instantie, kan men het begin van alles beschouwen als ontstaan uit weerstand. Precies dat gegeven gebruiken voor een rechtvaardiging van het Godsbegrip, waarbij God als weerstand schepper is,"
Maar God wat/ wie is dan dat je bedoelt? Hetgeen er is, hetgeen er niet is, beide??
Sorry maar ik probeer het te begrijpen...
Maïté
Leon Hoeneveld 15-04-2010
God kan dan begrepen worden als principe. Misschien wil je God toch zien als een mens, dan is het een principieel mens. Maar God voor een zebra is een zebra, een principiele zebra etc.
Deze site is auteursrechtelijk beschermd, op dit werk is de Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.5 Nederland licentie van Creative Commonsvan toepassing, tenzij anders vermeld.
Overzicht van alle RSS/Atom feeds van De Webfilosofen. Privacy polices en cookie beleid voor deze website
Deze website is geproduceerd door Markei WEBDISGN.