de Webfilosofen

on-line en on-demand denken

Laatst gewijzigd op: 01-08-2006

Pragmatisme

Een visie op het materialisme en idealisme

Er kan een probleem zijn.
Dat probleem is wellicht theoretisch en rationalistisch op te lossen en zo zou je dan kunnen zeggen daarmee is er een waarheid omtrent de oplossing.
Maar is die oplossing nu waar, is zij werkelijk.
Wel dat is alleen te bewijzen als zij getoetst wordt aan de praktijk, aan de empirie.
De methode die dit doet is de pragmatische methode.
Het voordeel van de methode is dat zij verder kan, dit in tegenstelling tot bijv. metafysische of abstracte problemen zij blijven vaak doormalen zonder nu een concrete waarheid te vinden, ook al zou die tijdelijk zijn.
Het pragmatisme zegt niet dat de gevonden waarheid absoluut is, nee zij staat open voor iedere weerlegging, mits die ook praktisch en empirisch te bewijzen is.

"Het resulterende gedrag naar aanleiding van een idee is alles wat voor ons betekenis kan hebben" (Peirce).

In het domein van de filosofie bevinden zich o.a. het materialisme en het idealisme.
Het materialisme probeert de gehele werkelijkheid te begrijpen en te verklaren uit de materie, uit de atomen als kleinste niet verder deelbare deeltjes. Het idealisme probeert de gehele werkelijkheid tot een geestelijk begin te herleiden.
Laten we hieronder een bekijken wat een pragmatische visie over beide stromingen te zeggen heeft, welke visie zij daarop heeft.

Welk verschil zou het nu uitmaken wanneer de wereld geregeerd zou worden door de materie of door de geest?
Niets, lijkt mij, immers we moeten het met de wereld doen zoals zij zich nu toont, zoals wij haar nu ervaren. Daar doet een idealistische dan wel een materialistische wereld niets aan af en voegt daar niets aan toe.
Ook maakt het in deze niets uit hoe het verleden van de wereld is geweest, immers het gaat om het nu moment. Wat wel van belang is, is het toekomst moment. Laten we dat belang eens nader onderzoeken. De toegevoegde waarde van een ideële geest op de wereld zoals zij nu is, is nihil. Wat zouden we verliezen als we de ideële geest buiten spel zouden zetten, niets de wereld is zoals zij is.
Geest of atomen, wat maakt het uit voor de pragmatist.
Het geneuzel tussen de idealist en de materialist is voor de pragmatist dan ook niet van enig belang en hij zal zich daar wijselijk ver van houden, het helpt hem immers niet verder. Een belangrijke vraag is echter wel; hoe toont, hoe is de wereld in de toekomst.

Een ander probleem is die van eenheid en veelheid.
Is de wereld ÉÉN of is zij VEEL.
Een idealist zal zeggen; "Zij is één.
Er is ooit en grote absolute geest geweest, een eerste beweger, die de zaak in gang heeft gezet.
Die geest omvat alles, is in alles en daarom is alles een".
De materialist zal zeggen; "De wereld is een veelheid, op micro niveau aan atomen en op macro niveau, aan mensen dingen en gebeurtenissen, om het op een menselijke leefwereld niveau te houden".
Ik denk dat de wereld een veelheid is, die op een bepaalde manier met elkaar verbonden is.
De veelheid is een totaliteit die een eenheid vormt, maar niet absoluut EEN is, maar dit terzijde .
Alles wat gebeurt, vindt plaats in een ruimte en tijdzone, daar is alles tot op zekere hoogte met elkaar verbonden. Maar buiten die ruimte en tijdcontext liggen de zaken anders, bovendien kunnen de "lijnen" welke de dingen met elkaar verbinden verstoort raken. Op die momenten is er geen sprake van verbondenheid en dus geen eenheid meer. De idealist zal dit ontkennen en zeggen dat de dingen op "hoger" niveau toch ten alle tijden met elkaar een eenheid vormen en Een zijn. Een pragmatist heeft daar niets aan, hij moet en zal het doen met de ervaarbare wereld, met de wereld zoals die zich toont in de tijd en in de bepaalde ruimte.

Als we bovenstaande alinea's nog eens doorlezen en we maken ons eigen van de begrippen gebruikt door de genoemde stromingen, dan maakt het voor de pragmatist in wezen niet uit of de idealistische of de materialistische visie de juiste is, hij wil concreet aan de slag, van belang is dat hij aan het werk kan, of anders gezegd, hij gaat, kan pas aan het werk als het een belang dient. En in bovenstaand voorbeeld is dat met de concreet ervaarbare wereld.

Zo ook met doelmatigheid, de absolutistische idealist zal één alles omvattend doel veronderstellen, dat er een veelheid aan mensen is en aldus een veelheid aan zelf gekozen doelen. Echter dat ENE doel omschrijven of duiden kunnen de idealisten niet, dus kunnen ze niets anders dan zwijgen over dat doel, ze kunnen ten hoogste zeggen dat dat ENE doel er is.

Elk ding, elke gebeurtenis, elk mens verteld zijn eigen verhaal in de context van tijd en plaats.
Zo is er dus een veelheid aan gebeurtenissen die wel enigszins met elkaar te maken kunnen hebben, maar los van elkaar staan.
Neem de schoonheid (esthetica) van bijvoorbeeld een bloem, zijn meeldraden, zijn stamper.
Zie het insect, honing uit de bloem zuigen, zie het stuifmeel op zijn pootjes.
Je zou nu kunnen menen:
Dit stuifmeel transporteert hij naar een volgende bloem alwaar hij die bloem bestuift en de bloem zal vrucht gaan dragen. Die schoonheid, die volmaaktheid, dat kan niet anders dan het werk zijn van een absolute geest, een ontwerper (I.D.)
Dat het hierboven beschreven proces van grote schoonheid getuigt zal bijna niemand kunnen ontkennen, maar dat insect gaat echt niet van bloem tot bloem om het voortbestaan van die bloem (vruchtbeginsel) te bewerkstelligen. Die bij gaat van bloem tot bloem om zichzelf in leven te houden, om zijn nageslacht in leven te houden en aldus de soort. Het is blijkbaar niet meer dan een toevalligheid een samenloop van omstandigheden, maar wel een wonderlijk mooie. Bijna alles wat de idealist verondersteld is hypothetisch, geen enkel zichtbaar of tastbaar bewijs kan hij aandragen toch blijft hij star vasthouden aan zijn dogma van de absolute ENE geest.

Neem als tweede voorbeeld een substantie, een substantie heeft bepaalde eigenschappen.
Als we de eigenschappen als het ware inpakken, dan verkrijgen we een ding, dat ding geven we een naam met behulp van een woord.
Het intellect van de mens is instaat de eigenschappen van het bewuste ding toe te passen in zijn leefwereld.
Op zeker moment kwam daar een stroming denkers, de idealisten, zij beweerden dat er meer moest zijn dan het pure waargenomen ding. In hun ogen is ons gezonde verstand te beperkt, de wereld is ideëel zeiden zij, de dingen zijn 'onzichtbaar','onaantastbaar', de wereld is geest. Wij denken dat de wereld materieel is, maar zij is ideëel.
We kunnen de wereld die wij waarnemen en ervaren en met ons intellect betekenis geven, naïef realistisch noemen; het is zo en niet anders, omdat wij het zo ervaren.
Een andere stroming die deze denkwijze bekritiseerde is de kritische filosofie en de wetenschap. Ook deze stroming lijkt het naïef realisme te ‘overstijgen', toch blijft zij praktisch van aard, zij draagt bij aan verbetering, met haar kunnen wij verder. Voorbeelden te over in onze hedendaagse wereld.
Wat is nu de ware wereld, wat is de waarheid?
Laat ik stellen dat onze geest, ons intellect, ons denken instaat is om de werkelijkheid enigszins te begrijpen. Wij (be) grijpen stukjes van de werkelijkheid, de werkelijkheid is daar en die werkelijkheid heeft naar mijn idee niets met een grotere ideële geest van doen.

Een waarheid begint als een idee, maar met een idee kunnen we vooralsnog niets, eerst zal moeten blijken of het idee waar is, of het overeenstemt met de werkelijkheid.
Ware ideeën kunnen we assimileren we kunnen ze verifiëren op hun geldigheid, we kunnen ze testen en ondersteunen. Bij onware ideeën kunnen we dat niet.
Die zaken welke we kunnen verifiëren als waar zijn de eerste voorbeeldmodellen van een groter praktisch bruikbaar waarheidsproces.
Betekent dit nu dat we alles direct moeten verifiëren?
Nee is daarop het antwoord, immers dat zou ondoenlijk zijn.
Als wij buiten een auto zien staan, lopen wij niet telkens naar die bepaalde auto toe om te onderzoeken of het werkelijk een auto is. Aan de hand van eerdere ervaringen mogen wij indirect aannemen dat de bepaalde auto werkelijke een auto is.
Indirecte, of alleen maar potentieel verifieerbare processen kunnen, net zoals afgeronde verificatieprocessen, dus waar zijn.
Uit praktisch zichtpunt leidt de direct of indirect onderzochte waarheid ons naar of tot dichtbij de werkelijkheid. Vanuit dat punt is het voor de pragmatist het beste om te handelen.

Een idealist zal zeggen dat er een hogere waarheid is, terwijl een humanist zal zeggen dat de mens de waarheid maakt. De waarheid is tijdelijk en zal zich aanpassen. Maar deze waarheid zal daarom beetje bij beetje de werkelijkheid gaan benaderen. Uit deze beweringen kan je aflezen dat er dus eigenlijk buiten de mens om een werkelijkheid moet bestaan, een vraag is dan ook hoeveel Waarheid ligt er buiten het kenveld van de mens en kunnen we ooit de werkelijkheid overlappen met onze menselijke waarheid.
Dit hangt dan af van de paradoxale bewering het denken is grenzeloos en het denken is eindig.
De werkelijkheid toont zich zonder oordeel, zonder kwalificatie, ze is niet goed en ze is niet slecht, ze is en wij mensen geven een kwalificatie aan delen van deze werkelijkheid.
Dat houdt in dat de werkelijkheid vluchtig is zodra wij hem herkennen is zij menselijk ingekleurd en niet zuiver meer. De waarheid is veranderlijk schreef ik hierboven. Dat kan leiden tot de volgende bewering:
De eerste waarheden die je kent zijn deels eigen ervaringen, maar veelal overgedragen waarheden, aan de hand van die ervaringen gaat de mens handelen en daardoor ervaren en aldus ontstaat er een aangepaste nieuwe waarheid, wat weer aanzet tot handelen en ervaren etc, etc.

Ik wil tot slot van dit schrijven toch nog even terugkomen op mogelijke geschilpunten en hoe een pragmatist daar tegenoverstaat en/of daar naar handelt.
Er kan dus sprake zijn van het ene, het absolute, bijvoorbeeld een god.
En er kan sprake zijn van het vele, het mogelijke, bijvoorbeeld de humanistische idee dat de wereld pluriform is.
Een religieus of absolutistisch mens zal vanuit dit denkbeeld zeggen de wereld moet gered worden.
Een pragmatist zal zeggen de wereld kan gered worden, er zijn mogelijkheden.
Er zijn mogelijkheden omdat er nu eenmaal niet iets is wat die mogelijkheden ongedaan kan maken. Als aan de voorwaarden van de mogelijkheid is voldaan, dan is daar het concrete ding, wat in eerste instantie alleen maar mogelijk was.
In de wereld creëert de mens zijn voorwaarden om zaken mogelijk te maken.

Een religie is absoluut, een boeddhist bijvoorbeeld zal het leven moeten ondergaan om uiteindelijk verlicht te worden.
Een niet religieuze zal zeggen de wereld is pluriform, hij zal de ethiek gebruiken om zichzelf te redden.
Kunnen deze twee theses met elkaar verzoend worden of is een van beide waar?
Is het ideale alleen het einddoel, of is zij ook de bron, de bron van waaruit wij vertrekken en uiteindelijk ook weer terug zullen keren?
Is er alleen het goede, of is er goed en kwaad en is het de mens zelf die daar mee aan de slag gaat, om zichzelf een plaats in de wereld te geven?
Of zou er een tussenvorm zijn dat je van beide walletjes een graantje meepikt, immers beide vormen tonen zich en zijn voorhanden in onze wereld.

Boeken tip: Pragmatisme door William James.
Veen Magazines ISBN 90 76988838
Waarop deze tekst gebaseerd is.

Waardering 

Geplaatst door: Tino van Kampen | 2006-08-01 00:00:00

Reacties

Reactie plaatsen

J. Boulanger 13-09-2008

In De wil om te geloven eist William James een geestelijk terrein op voor de menselijke geloofservaring dat zich onttrekt aan iedere rationele bewijsvoering. Iemands geloof wordt eenvoudig gerechtvaardigd door zijn behoefte aan een geloof.

James radicale solidariteitsbetuigingen aan de menselijke ervaring maakten hem tijdens de jaren dat hij aan Harvard doceerde tot een populaire figuur, een filosoof voor gewone mensen.

In deze essays, onder de titel De wil om te geloven, bespreekt William James eerst de onderlinge verbanden tussen geloof, wil en verstand. Hij onderzoekt vragen zoals: Hoe geloven mensen? Hoe kleuren verstandelijke overwegingen het geloof? In hoeverre bepalen buitenredelijke elementen zelfs onbuigzame en logische redeneringen? Kans tegenover ontkenning van de vrije wil, vrije wil tegenover het noodlot, pluralisme tegenover monisme worden in opeenvolgende essays besproken. Deze opstellen van de belangrijkste Amerikaanse filosoof en psycholoog zijn makkelijk te begrijpen en toch briljant en indringend. Ze zijn speciaal geschreven voor niet-deskundigen en hebben door de jaren heen hun glans behouden. Het is prikkelende lectuur voor lezers die zich bezighouden met belangrijke levensvragen.

Verzorgde uitgave van een aantal klassieke essays van de Amerikaanse pragmatistische filosoof William James die cirkelen rondom religieus geloof; de gekozen essays zijn met name gericht op de legitimiteit daarvan. James betoogt dat het een persoonlijk recht is om op eigen risico te geloven. Wetenschap en filosofie zouden dit moeten erkennen en niet moeten proberen om met naturalistische verklaringen de ervaringen van gelovigen te ontluisteren. Naast een vertaling van The will to believe zijn in deze bundel ook opgenomen Is het leven de moeite waard?, Het gevoel van rationaliteit, Reflexhandeling en theïsme en Religieus vertrouwen en het recht om te geloven. Dit laatste essay is, zo verantwoordt de uitgever zijn keuze, ‘opgenomen omdat de lezers hierin de weerklank van het veel oudere The will to believe zullen bemerken’. James’ essays verschijnen voor het eerst in Nederlandse vertaling. Peter Sloterdijk schreef het voorwoord en prettig leesbaar essay van Hein van Dongen is als nawoord opgenomen. Met begrippenlijst en register. 

 

http://uitgeverij.abraxas.googlepages.com/james

 

Reactie plaatsen

afdrukkenDeze pagina afdrukken

Deze site is auteursrechtelijk beschermd, op dit werk is de Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.5 Nederland licentie van Creative Commonsvan toepassing, tenzij anders vermeld.

Overzicht van alle RSS/Atom feeds van De Webfilosofen. Privacy polices en cookie beleid voor deze website

Deze website is geproduceerd door Markei WEBDISGN.