on-line en on-demand denken
Laatst gewijzigd op: 01-08-2006
In de serie Wat is: Kunst, Filosofie, Geluk, Waarheid, de Mens, Zijnen Tijd
Zelfstandig denken, in de zin waarop Schopenhauer dat bedoelt, kan niet om de vraag heen wat tijd is. We zijn bekend met de noties van verleden, heden en toekomst, maar er is meer te onderzoeken. Ik heb het methodische denken toegepast op de vraag en dit artikel is daar het resultaat van.
In dit artikel is geen analyse van de fysica van de tijd opgenomen. (Wat met zich daar dan bij voor wil stellen) Het artikel wil meer filosofisch zijn. Dat is dus een beperking. Over tijd valt veel te zeggen. In het verleden zijn er al interessante analyses geweest, zie bijvoorbeeld via Google Studium generale Universiteit Leiden voor verschillende invalshoeken.
Ik gebruik de methodes zoals beschreven staan in het boek "Denkgereedschap" van Paul Wouters. We kunnen deze dan toetsen aan een concrete vraag en kijken of de antwoorden bevredigend zijn.
Ik zal hier een aantal analyses loslaten op de vraag en daarmee proberen een soort totaalbeeld te scheppen. Het uiteindelijke antwoord kan slechts een persoonlijk antwoord zijn, maar dan is wel duidelijk welke alternatieven er zoal zijn. Verwacht geen eenduidig antwoord op de vraag. Zoveel zielen, zoveel meningen. Zie de alternatieven vooral als gedachten-experimenten. U hoeft het niet eens te zijn met de invulling die ik er aan geef. Het gaat mij om het laten zien van diversiteit bij beantwoorden van vragen.
Met behulp van de denkgereedschappen uit het boek van Paul Wouters is een poging gedaan tot een overzicht. Dit betekent dat een aantal vaste stappen tot behandeling van de vraag zijn gevolgd en de conclusies zijn dan zonder verdere reflectie weergegeven. Slechts in de door mij als laatste toegevoegde methode komen alle conclusies bij elkaar en wordt een persoonlijke afweging gemaakt.De verschijnselen als je denkt aan tijd zijn die van verandering en beweging. Van veranderingen in de ruimte van objecten. Het is vaak een subjectieve waarneming. Soms lijken dingen snel te gaan of langzaam, maar dat wil niet zeggen dat dat echt zo is.
In ieder geval is er een waarneming van veranderingen, maar ook juist van dingen die gelijk blijven. Het bewustzijn zou niet mogelijk zijn als er niet iets blijvends was bij al die veranderingen. Dat hoeft geen absoluut blijvend iets te zijn. Wat we waarnemen is het voortschrijden van het blijvende in het veranderlijke.
Dat geeft dan een dieper inzicht. Er is iets blijvends nodig om veranderingen waar te kunnen nemen. Tijd is dan een functie van het waarnemen, van een iets dat blijvende kwaliteiten heeft.
De veronderstelling van een vraag naar de tijd, is dat iedereen dezelfde ervaringen heeft met de tijd, zodat er iets algemeens over gezegd kan worden. Noodzakelijk is de ervaring. En noodzakelijk voor de ervaring is het bewustzijn. En noodzakelijk voor het bewustzijn zijn concepten en abstracte begrippen (taal).
We zien dat er nogal wat voorwaardes zijn voor de vraagstelling. We kunnen dan beter de vraag herformuleren waarbij die noodzakelijkheden mee genomen worden. De geherformuleerde vraag is dan welke ervaring we allemaal delen in kennis en verstand, met bewustzijn en in de taal.
Van Kant is bekend dat hij tijd en ruimte en causaliteit aan de orde stelde als zuivere verstandsbegrippen. In een antwoord op de geherformuleerde vraag zien we dan dat de tijd hoort bij het verstand en bewustzijn en in de taal gebruikt wordt in de hoedanigheid van een vraagstelling. We kunnen dan stellen dat tijd dient als vraagstellingcategorie. Er is een aparte categorie die al de tijdsaspecten behandelt.
Zonder het vragende in de mens, zou er geen notie van de tijd zijn. We weten dan dus dat tijd met de vraagstelling samen bekeken moeten worden. En in die zin is de tijd er pas als er een vraagstelling is.
Als we strikt de dialectiek van Hegel gebruiken, maar daar dan het begrip "wil" van Schopenhauer bij betrekken, kan je het onderwerp, de tijd, in beweging krijgen. De tijd laat dan de dynamiek van de wil zien. Een wil die gericht is op leven en bewegen. Met de causaliteit, actie=reactie, als motor. Waarbij oorzaak en gevolg elkaar duidelijk opvolgen.
Binnen die dynamiek kan je een these kiezen. Ik kies hier voor een heel algemene: De tijd heeft een duidelijk beginpunt en eindpunt. Dat is wat ook wel het idealistisch standpunt genoemd wordt.
De anti-these is direct duidelijk, daarin is de tijd cyclisch.
We kunnen nu kijken of de dialectiek ons een zinvolle synthese oplevert. De tijd zou dan heen en weer gaan tussen een begin en een eindpunt, waarbij het eindpunt een beginpunt wordt en het beginpunt een eindpunt. Dat zou dus betekenen dat de tijd wederkerig zou zijn, in omgekeerde volgorde ook bestaat. Dat is een moeilijk concept. Het zou betekenen dat ons leven van verleden naar toekomst rekening moet houden met een leven van toekomst naar verleden. Dat is een metafysica op zich.
Zijn er nog andere mogelijkheden? Lopen we hier tegen de grenzen van de mogelijkheden van de dialectiek aan? Of was de these misschien onzin?
Het valt niet met zekerheid te zeggen. Er is ook een visie met de tijd met beginpunt (de Big bang singulariteit), maar zonder eindpunt. Als je dat als these aanneemt kom je vervolgens op een tijd met eindpunt, maar zonder beginpunt. Ook dat is alleen weer op te lossen door de richting van de tijd omkeerbaar te maken.
De conclusie voor deze methode van denken blijft dus dat tijd wederkerig is.
Als we proberen uit te gaan van de fenomenen, van de ervaringen, zoals Husserl voorstond, dan kunnen we de tijd omschrijven als momenten van wachten, ervaren, snel, langzaam, haast, rust.
Je ziet het donker of licht worden. Je hoort de vogels fluiten. Je hoort stilte of de klok. Je ruikt een ochtend frisheid, of juist zweet. Je voelt koude of warmte.
Het gaat daarbij om oriëntatiepunten. Elke ervaring neemt bepaalde fenomenen en tilt die uit het geheel om apart te bekijken.
Je beleeft tijdsstippen door hun onderlinge verschil. De enige conclusie die uit deze beschouwing naar voren komt is dat tijd de tijdstippen zijn. Dit sluit ook aan bij het begrip "duree" van Bergson. Waarbij de tijd niet los gezien kan worden van de ervaring en de ervaring de opeenvolgende tijdstippen zijn. Je kan ook denken aan snapshots of momenten die men aan elkaar denkt en die dan de ervaring van tijd geven.
De vraag past in een taalspel. Het moge duidelijk zijn dat dit een taalspel is dat gaat over de theorie en niet de praktijk, al komt de praktijk via de antwoorden wel weer binnen.
Een meer praktisch taalspel over de tijd zou met de volgende vraag duidelijk worden: Hoe laat is het? Als je vanuit die praktijk de theoretische vraag gaat stellen heb je zicht op heel andere taalspelen. Wat is tijd voor een gevangene en de bewaker? Wat is tijd voor een autocoureur in de racewagen?
Je hebt verschillende soorten uitspraken:
Een adequate respons op de originele vraag zal moeten kijken naar theoretische discussies in het algemeen. Met moet dan zoveel mogelijk aspecten bespreken. Makers, uitdrukkers, binders en stuurders vallen dan eigenlijk af. Dat wil niet zeggen dat ze niet kunnen voorkomen, maar het gaat om een adequate respons. Je houdt dan alleen de beweerder over. Een adequate beweerder zou dan kunnen zijn: Tijd is een dimensie van het zijn. Hierover kan dan verder gediscussieerd worden.
Als we verhalen gaan verzamelen waarin de rol van de tijd duidelijk is, dan zijn dat spannende verhalen, avonturen verhalen, maar ook verhalen over verveling (Ik denk aan "de Avonden" van Reve). Mij persoonlijk spreken die verhalen over verveling wel aan. Dat zie ik als ironische verhalen, want al het verstand in de wereld blijkt niet in staat de verveling te verdrijven.
De strekking van dat soort verhalen is dat het gaat om existentiële problemen. Nergens blijkt duidelijker de rol van de tijd dan bij existentiële problemen.
Als ik dan een nieuw verhaal zou moeten verzinnen dan zou dat een ironisch verhaal zijn over iemand, bijvoorbeeld een Zwitser, die heel nauwgezet met het ritme van de klok leeft en die er dan aan het eind van het verhaal achter komt dat zijn klok kuren had en een heel onregelmatig ritme vertoonde.
Het is duidelijk dat in dit soort verhalen de tijd een maatstaf voor het handelen is.
Wanneer is het tijd voor de tijd? Met deze vraag ontkrachten we de zo serieuze vraag wat tijd is een beetje. Het creatief sleutelen aan de vraag kan verrassende perspectieven opleveren.
Je kan Met Parmenides ook beweren dat tijd niet bestaat, dat alles onveranderlijk of niets is.
Je kan de vraag naar de tijd in een andere context zetten, analoog aan het zoeken naar verschillende taalspelen. Wat betekent de tijd voor het prooidier, als dat tegenover de jager staat? Wat betekent tijd voor een standbeeld, voor een bacterie? Voor een planeet of ster?
We kunnen naar details kijken. Het begrip tijdelijk bijvoorbeeld. Alle tijdelijkheden hebben een begin en een einde, maar bij de gewone tijd is dat niet te ontdekken. Dan zou tijd dus niet kunnen bestaan uit tijdelijkheden, of je mist iets als je kijkt naar tijdelijkheden. Kan je ooit ontsnappen aan tijdelijkheden?
Kan je het begrip tijd wel inhoud geven? Inhoud geven is als het ware de tijdelijkheid al erkennen. Het is een handeling in de tijd.
We kunnen de haakjes anders zetten. Uit tijd volgt verandering. Volgt uit iedere verandering tijd? Nee, want dingen die nagenoeg gelijk blijven bestaan ook in de tijd.
Welke herformulering van de vraag kunnen we nu vinden die uitzicht biedt op nieuwe zin? Dat zou dan de vraag moeten zijn: "Wat is tijdelijkheid?" In de nieuwe vraag zit opgenomen het besef dat we alleen zinvol over tijd kunnen praten als we onze eigen, menselijke, perspectief gebruiken. Onze eigen tijdelijkheid. Onze eigen tijdelijkheid is een maat voor wat we tijd noemen.
Voor welk probleem zou de vraag wat tijd is een oplossing moeten zijn? Het is een zingevingsvraagstuk. Als je namelijk weet wat tijd betekent of is, dan kan je daarna al het andere weten dat zich in de tijd afspeelt.
Wat zou sociaal gezien de oplossing voor de vraag wat tijd is betekenen? Ik denk dat er dan geen zingeving meer nodig is, geen enkel geloofssysteem. Wat de tijd is, is dan duidelijk en iedereen kan daar naar leven.
Een oplossing zou kunnen zijn dat we de tijd zien als dat wat de klok aangeeft. Je zou dan een soort verering van de klok krijgen. Al het handelen dat gebaseerd wordt op de klok, op ritmes. Daarmee ontstaan dan stabiele en evenwichtige karakters.
Voor zover de mens het vol kan houden natuurlijk. Want een reactie zou kunnen zijn dat er toch weer naar andere vormen van zingeving gezocht wordt om de "tirannie van de klok" te doorbreken. Aan de andere kant zijn er natuurlijk heel veel ritmes mogelijk en dus ook heel veel subculturen. Je zou zelfs kunnen beweren dat een subcultuur bestaat als levensritme.
Conclusie van deze manier van kijken blijft in ieder geval dat tijd als zingevingsvraagstuk bestaat.Om een levensritme, tijdsbesteding mee te kunnen bepalen.
Wat zouden de gevolgen zijn van een antwoord op de vraag. Er zijn twee mogelijkheden. De toekomst wordt er zekerder door of juist onzekerder. Als de tijd fundamenteel onkenbaar blijkt, zal de toekomst onzeker blijven.
We zien dat zich dus direct een herformulering aandringt als vervolg op de initiële vraag. Wat biedt zekerheid?
Om bij die laatste vraag te beginnen, dan kan je denken aan wetenschappelijke ontdekkingen uit empirische experimenten.
Tijd is dan slechts een noodzakelijke parameter bij wetenschappelijke experimenten. We zijn afhankelijk van de tijd om ons zekerheid te verschaffen.
Dat is een verbergende waarheid, zeker geen lichtende. Misschien zijn er nog meer parameters die we niet kennen. We weten ook nog steeds niet wat zekerheid is.
Als we zekerheid zouden bereiken, zouden we de toekomst voorspelbaar kunnen maken. Wat zouden we doen met die zekerheid? Ons leven vormgeven zoals we zelf zouden willen. Zekerheid is er dus als we kunnen doen wat we willen.
Dat is weer een verbergende waarheid, want we weten niet wat we willen.
Om nu naar de oorspronkelijke vraag terug te gaan. Tijd zal zich kenmerken door een zichtbaar worden van de wil. Dat is wel een zekerheid die we hebben.
We hebben nu verschillende antwoorden gezien op de vraag wat tijd is:
Het zijn op zich niet direct de antwoorden die je zou verwachten. Nergens gaat het over de materiële of natuurkundige invulling of een substantie. Nergens wordt specifiek ingegaan op de "vierde dimensie". De behandelmethodes blijken erg antropocentrische antwoorden te leveren. Op punt 3 na zijn ze allemaal gekoppeld aan het wezen van de mens. Allemaal laten ze zien dat een antwoord op wat de tijd is gekoppeld is aan de praktijk van het mens-zijn.
Ik denk dat ik dus als ik zou moeten kiezen het antwoord 3 zou kiezen, tijd als wederkerig. Dat is als enige meer algemeen van aard en plaatst de mens terug in een gebeuren in plaats van dat de mens al het gebeuren zou bepalen.
De meeste andere mensen zullen wel een voorkeur hebben voor een antwoord dat de mens bepalend laat zijn voor het gebeuren. Een bewustzijn als scheppend, maar ik denk dat als er één ding is dat de tijd laat zien, dat dat is dat de mens geen absolute macht heeft over het gebeuren.
Mijn antwoord is persoonlijk bij uitstek. Ik heb al eerder over de omgekeerde, wederkerige tijd geschreven. En het blijkt vooral een gedachtenexperiment te zijn dat puur dient om zaken te kunnen relativeren. Maar vooral om de wereld te onderzoeken en overdenken op een andere manier dan de voor de hand liggende.
Ik wil het verschil in visie tussen mij en de wereld daarom toch wel handhaven. Je kan niet aan iedereen vragen om de wereld op deze specifieke manier te onderzoeken. De kans is dus groot dat mensen op basis van mijn eigen conclusie dit artikel maar onzin vinden.
Ik las in een artikel over Nietzsche en Levinas het volgende:
Het gaat in het onderstaande aldus om de verhouding van de tijd met datgene wat in de tijd is, het tijd-achtige; de mens.
Achteraf is dat iets wat ik bij de conclusie wel zou kunnen toevoegen als antwoord:
Waarbij de verhouding de relatie tussen objecten in hun zijn is. Ook hier is het antwoord gericht op de praktijk van het mens-zijn, maar het is ook algemener. Als je verhoudingen of relaties bekijkt, kijk je naar verschillen en overeenkomsten. Volgens Dawkins in "unweaving the rainbow" zijn het vooral de verschillen die door ons worden waargenomen, waarbij redundante informatie als het ware wordt ingevuld. Tijd bestaat dan uit de verhouding van verschillen ten opzichte van elkaar, zolang er dus nog geen gelijkheid is. Gelijkheid wordt als zodanig niet door ons waargenomen, maar slechts ingevuld. Dat sluit wel weer aan bij de notie van tijd als functie van waarnemen. Maar nu wordt duidelijk dat ook buiten een menselijk perspectief verschillen op zich verantwoordelijk zijn voor de tijd. Zonder verschillen geen tijd.
Ik las een artikel van Henri Oosthout over de metafysica van Plotinus (tijdschrift Filosofie, uitgeverij Damon). Daaruit haalde ik het idee dat de verhouding van verschillen overeen kan komen met de Platoonse vormenwereld. Het idee is dat er het Ene is als middelpunt waaromheen cirkels uitdijen. Dichtbij het centrum van het Ene zijn de verschillen/vormen op een omtrek te vinden. Die zijn nog elementair. Bij verder uitdijen krijgen deze vormen verschillende soorten afgeleiden. De tijd, die eerst als een straal vanuit het centrum naar de omtrek gezien wordt, wordt later een beweging op de cirkelomtrek, omdat daar het bewustzijn van de wezens die afgeleid zijn zich bevindt.
We kunnen echter nog verder denken. In een discussie opperde iemand om de tijd als volgt te omschrijven: 'Tijd is de vergankelijkheid van de natuur ervaren door de stroom van ons bewustzijn.'. Hij dacht daarbij aan Bergson's notie van de "duur" (duree). Hierbij wordt wederom een plaats voor het bewustzijn ingeruimd, die het besef van de tijd antropocentisch maakt. Wat ik echter daarnaast een heel bruibaar begrip vind is de "vergankelijkheid". Als we het hebben over de verhouding van verschillen is dat een statisch beeld. Welliswaar koppel je tijd en ruimte, maar er zit geen beweging in het beeld. Als we nu in plaats van het begrip "verschil" het begrip "vergankelijkheid" gebruiken, brengen we de dynamiek in het beeld. De vergankelijkheid is oorzaak en gevolg tegelijk en valt dus samen met de tijd.
Waar we bij een begrip als "vergankelijkheid" echter niet helemaal aan ontkomen is een materialistische opvatting van de natuur. Er moet "iets" zijn dat vergankelijk is. Zo worden "zijn" en "tijd" aan elkaar gekoppeld.
Geplaatst door: Leon Hoeneveld | 2006-08-01 00:01:00
Leon Hoeneveld 04-09-2006
Harry Nijhof 16-08-2007
Hallo Léon,
Vind dat je met je publicaties nauw aansluit op een thema dat ik graag aan je voorleg.
Wellicht is het mogelijk daarover rechtstreeks te E-mailen.
Met vriendelijke groet,
Harry Nijhof
LUDO 28-12-2008
Leon Hoeneveld 28-12-2008
Ludo,
ik kan me wel voorstellen dat BDE's iets doen met de weerstand. Zal een gewone grafische weergave van een levend wezen als een bergje zichtbaar zijn, dan zal een grafische weergave met BDE's toch een soort golfbeweging, meerdere bergjes, zijn. Het bergje heeft een top als de weerstand op het hoogst is. Met BDE's zal de weerstand fluctueren, wat ook een ander beeld geeft op de tijd. Men bestaat niet meer als één tijdelijkheid (één top) maar als meerdere tijdelijkheden. Men zou kunnen zeggen dat men dan meervoudig bestaat. Met een duidelijk idee van voor en na, een een ander soort leven in de herinnering.
JanJaap 12-01-2009
Mijn conclusie mbt het fenomeen tijd is, dat tijd gebonden is aan materie. Als men de veronderstelling van het zgn. Omagapunt relateert aan de materie en tijdscurve van de quantumtheorie blijkt dat tijd relatief is. M.a.w. afhankelijk is van de waarnemer. Dit op zijn beurt houdt in dat het begrip tijd een ireëel te kwantificeren grootheid is. Derhalve is m.i. de conclusie gerechtvaardigd dat "de tijd" een fixi is in de realiteit. Een fixi gecreëerd door materie. Bij een BDE gelden non-materie wetten hetgeen een totaal andere gewaarwording van het begrip tijd verklaart.
Leon 12-01-2009
Een Omegapunt ten opzichte van materie betekent een bepaalde staat van ordening of dichtheid.
Misschien dat tijd ook in termen van ordening of dichtheid bekeken kan worden.
Waarbij een waarnemer zelf een soort dichtheid representeert waar alles zich relatief tot verhoudt (dichter en minder dicht).
De quantummechanica beschrijft de weerstand van een scheiding probabilistisch. De waarschijnlijkheid van een deeltje geeft aan dat aan allebei de kanten van de wand waarschijnlijk is. De semi-permeabiliteit is wat door de waarschijnlijkheid tot uitdrukking wordt gebracht.
Dat wil zeggen dat de probabiliteit een uitdrukking is van de doorlaatbaarheid van de wand ten opzicht van een deeltje met bepaalde karakteristieken.
Waarschijnlijkheden zijn dus een uitdrukking van eigenschappen van ( materie uit ) de omgeving.
Tijdelijkheden zie ik in het verlengde van waarschijnlijkheden. Een verzameling waarschijnlijkheden vormt een tijdelijkheid.
Misschien dat jij een voorstelling kan maken van waarschijnlijkheden die geen materieële uitdrukking zijn. Maar ik niet.
Wel ben ik zeker geneigd materie geen eeuwigheid toe te kennen, maar juist ook weer een tijdelijkheid. Alleen in de praktijk is die tijdelijkheid ten opzichte van ons relatief zo groot dat we er wel een blijvende waarde in moeten zien.
Leon 14-01-2009
Ik ben weer wat verder in inzicht.
Mijn contemplatie is de volgende:
Wat opvalt in het leven zijn de situaties die zich herhalen. Je zou kunnen zeggen dat het bestaan slechts kenbaar is doordat r zich iets herhallt, iets blijvend is.
Dan heb je natuurlijk snelle herhalingen, zeer constante kwaliteit, en zeer langzame herhalingen, steeds verandering. Wij mensen, als subject, zijn typisch iets dat zowel constante kwaliteit als verandering, tijdelijkheid bevat.
Je zou het leven, in het algemeen, kunnen zien als imperfecte herhalingen. Dat wil zeggen bijvoorbeeld op het niveau van wezens is er iets als reproductie, dat zeker imperfect is.
Allerlei gradaties van imperfectie.
Slechts in de kern van een zwart gat, waar geen verandering meer mogelijk is, zou je kunnen spreken van perfecte herhaling. Maar er gebeurt daar niets meer. Ik denk dat je kunt stellen dat de tijd daar stil staat. De tijd bestaat alleen daar waar imperfecte herhalingen zijn. De maat van de tijd is de herhaling, maar de herhaling is imperfect.
Waarom is er iets en niet veeleer niets? Herhalingen zijn imperfect. De verschijnselen van de wereld zijn de verschijnselen van dat wat zich niet zodanig kon herhalen dat er niets gebeurde.
Het gebeuren heeft als reden de imperfecte herhaling.
De gehele tijd is afhankelijk van de meest imperfecte herhaling, dus niet van materie, materie die blijvende constante kwaliteit vertegenwoordigt en dus zich min of meer succesvol herhaalt in gelijkblijven.
De meest imperfecte herhaling is de explosie. De expansierichting vertoont geen enkele herhaalneiging. Misschien is de explosie zo'n imperfecte herhaling dat het helemaal geen herhaling kan worden, maar dan hou ik even geen rekening met de eeuwigheid.
In ieder geval zijn er al zwarte gaten, met hun kernen met perfecte herhaling, die de expansie remmen en bezig zijn alles weer terug te brengen in de staat vanperfecte herhaling, de tijdloosheid.
JanJaap 15-01-2009
Wat mij althans opvalt, is dat parallel vergelijkingen in en van tijd, deze twee zijn niet aan elkaar gelijk, zichzelf herhalende processen zijn. Je zou zelfs kunnen zeggen dat deze fenomenen de niet-lokaliteit van de atomaire deeltjes of materie weergeven.
Tijd in een zwart gat wordt gevormd, ja gewaar door een waarnemer, door de relatie massa ten opzichte van het tijdsmoment van die massa. M.a.w. niet gebonden aan tijd zelf, maar afhankelijk van de positie en de niet-lokaliteit van de atomaire deeltjes.
Dat er materie kan ontsnappen uit zwarte gaten is reeds mathematisch door Stephen Hawkins aangetoond.
Leon 15-01-2009
JanJaap,
ik kan je niet meer zo goed volgen, dus geef ik maar weer mijn visie als reactie op jouw visie.
We hebben traditioneel gezien twee bekende tijdsbeelden:
a) lineaire tijd
b) circulaire tijd
Ik denk dat lineaire tijd een bijzonder vorm is van circulaire tijd, omdat een tijd zonder herhalingen geen tijd is. Het lineaire is dus een verschijnsel van de circulaire tijd.
Maar er is nog een derde tijdsbeeld mogelijk:
c) een verzameling tijdelijkheden
Een tijdelijkheid is een imperfecte herhaling, die door de imperfectie verschijnselen geeft.
Zo imperfect dat de meeste herhalingen op een gegeven moment ophouden, wat de tijdelijkheid haar kenmerk van tijdelijkheid geeft.
Het gehele universum laat dan een graduele verdeling zien van minder of meer imperfecte herhalingen, tijdelijkheden, waarbij materie een kleine tijdelijkheid heeft (meer perfect, maar dan toch dichter bij de niet-tijd van absolute perfecte herhaling (geen enkele verandering).
De mens is erg imperfect/tijdelijk, maar daardoor verder van het niet van de niet-tijd.
Ik denk dat "tijd" vooral een beleving is van die graduele verdeling imperfecties (imperfecte herhalingen). Dat materie een andere soort beleving heeft. Zodat als wij weer materie worden (in de BDE) dat we een andere tijd zien.
Raoul 17-08-2010
Tijd is eens verzonnen door de mens!
Deze site is auteursrechtelijk beschermd, op dit werk is de Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.5 Nederland licentie van Creative Commonsvan toepassing, tenzij anders vermeld.
Overzicht van alle RSS/Atom feeds van De Webfilosofen. Privacy polices en cookie beleid voor deze website
Deze website is geproduceerd door Markei WEBDISGN.