on-line en on-demand denken
Laatst gewijzigd op: 10-02-2009
Met dit schrijven met als bron aforisme 94, 96 en 97 uit
‘menselijk al te menselijk' hoofdstuk twee boek een van Nietzsche, wil ik een
stukje over het begrip zedelijkheid bespreken.
Het begrip zeden is een synoniem voor moraal. De moraal geeft de handelingen en gedragingen aan die in een maatschappelijke context als correct en wenselijk worden opgevat.
Dit kunnen grote of kleine leefgemeenschappen zijn in diverse variaties, ik denk aan een gezin, een stadswijk, een vereniging van welke aard dan ook en de maatschappij als zodanig.
De ethiek bestudeert de zeden of de moraal. Aan de hand van zo'n studie kan bepaald worden of de moraal goed is. Goed voor het individu, het collectief, het milieu en alle zaken die met het leven en haar omgeving te maken hebben.
Nietzsche noemt in het genoemde boek drie fasen van zedelijkheid.
De mens is toekomst, dat wil zeggen duurzaam, gericht. Daarmee heeft hij het vermogen zich nuttig te maken en doelmatigheid in zijn bestaan te integreren. Hij zegt; ‘Dan breekt de vrije heerschappij van de rede (voor het eerst) door'.
Een hogere trap is wanneer de mens naar eer handelt. Dat wil zeggen hij overstijgt het persoonlijke nut ten behoeven van het collectief; hij begrijpt het nut als iets wat afhangt van wat hij over anderen en wat anderen over hem denken.
En; hij bepaalt uiteindelijk zelf wat voor hemzelf en voor anderen eervol en nuttig is. [...] De kennis stelt hem in staat het nuttigste, dat wil zeggen het algemeen, duurzame nut boven het persoonlijke, de respecterende erkenning van algemene, duurzame geldigheid boven die van voorbijgaande aard te laten prevaleren; hij leeft en handelt als collectiefindividu.
Om de drie punten te bestuderen wil ik er een aantal kernpunten uittillen te weten; toekomst - duurzaam gericht, nut, vrije heerschappij van de rede, doelmatigheid, eer, collectief, zelfbepaling, collectiefindividu.
Als individu sta je er wat betreft invulling van je bestaan alleen voor. Natuurlijk, je participeert in een samenleving, dat is een binding van een of meerdere collectieven, waarmee je in interactie bent en dus ook afhankelijk. Toch hoe je als individu je eigen bestaan, duurzaam, gaat invullen en daarmee je toekomst, bepaal je uiteindelijk zelf, dit door middel van de rede. Een mens heeft in principe de beschikking over de vrije rede, hij is daar heerser over en daarmee over zijn bestaan. Begrijp dit in het perspectief met betrekking tot de context van dit artikel, anders verzanden we in een discussie over vrijheid en determinisme en die is hier niet van toepassing. Zijn bestaan bepaald hij aldus zelf, met die restrictie, dat hij wel afhankelijk is van anderen. Hij is uiteindelijk een individu in een collectief. Participeren in een collectief betekent ook dat je te maken krijgt met zeden die gelden in een collectief. Merendeels zal het individu zich aan die zeden conformeren, uit gewoonte of uit dwang vanuit het collectief. Het is nuttig te onderzoeken of de zeden nu wel zo vanzelfsprekend zijn als zij lijken en of zij een vrije invulling van een bestaan niet belemmeren. Dit artikel probeert een aanzet te geven tot inzicht de oorsprong van zeden en hoe daarmee om te gaan om te komen tot een collectief - individu. Een collectief - individu, stelt zijn persoonlijke, duurzame en nuttige visie in dienst van zich zelf en het collectief, daarmee overstijgt hij zichzelf. Andersom ziet hij het belang van het collectief ter voordele van zichzelf, beide zien zichzelf als voeding om individuen optimaal te ontplooien als volwaardig mens.
Moreel, zedelijk, ethisch zijn betekent gehoorzaamheid tonen tegenover een vanouds vastgesteld sociaal contract of overlevering. Een goed mens is hij die vlot en graag het zedelijke doet. De mens wordt goed genoemd omdat ‘hij ergens goed voor' is. Begrepen moet worden dat de nuttige, de welwillende en de hulpvaardige mens, goed genoemd wordt. Hij die zich verzet tegen de traditie, dat wil zeggen tegen dat wat van oudsher zedelijk is, is onzedelijk en daarmee niet goed. Niet het feit of je egoïstisch dan wel onegoïstisch bent maakt uit of je een goed mens bent maar, gebondenheid aan een traditie of wet en de bevrijding daarvan, of de poging tot bevrijding, maakt uit of je zedelijk en dus goed bent of niet. Je aan de zeden houden is je aan een traditie houden en daarmee houd je een gemeenschap in stand en dat is op voorhand zedelijk en dus een goede zaak. Het is nu goed om te weten hoe een traditie ontstaat. Deze ontstaat vaak uit (bij)geloof, een verkeerd uitgelegd toeval, uiteindelijk vindt ook de moraal vaak daar haar fundament.
Zorg en naastenliefde, als voorbeeld, vindt haar oorsprong in het Chr. geloof. Het is een humaan punt om liefdevolle aandacht en zorg te verlenen aan de hulpbehoevende naaste. Maar deze daad moet naar mijn idee haar oorsprong vinden in het individu zelf, bij hem of haar moet de overtuiging liggen dat het goed is om zorg te verlenen. Het mag geen grote belemmering voor het individu zelf zijn. Of anders, hulp kan ook de ontplooiing van een zorgvrager belemmeren bijv. op het gebied van zelfstandigheid en zelfbeeld. In de Chr. religie is een mens die zich aan de Chr. zeden houdt goed en hij die dit niet doet slecht*, en vaak heerste er het idee dat God dan wel eens sancties kon uitvoeren ten nadele van het ‘slechte' mens. Kortom vasthouden aan zo'n zeden-traditie is een vasthouden aan een verengde niet vrije traditie.
Een geloof moet in zekere zin bestendig zijn, men zag toevalligheden als tekenen van God.
Zo'n toevalligheid is bijvoorbeeld de regenboog, die vindt zijn oorsprong niet in een goddelijk plan, maar is gelegen in de natuur(wetten) zelf. Het geloof, in de betekenis van wat goed of slecht is, de kritiekloze, of juist versterkende overdacht daarvan, de kritiekloze aanname en de versluiering van het fundament van zeden, maken de zeden bestendig. De mens is echter de maat van de dingen en daarmee ook van de zeden. De mens heeft het vermogen zich aan te passen aan het tijdsbeeld en de plaatsgebondenheid en daarmee kan hij zeden veranderen. Normen en waarden kunnen daarmee veranderen. Dat is een mooi punt omdat er dan nagedacht wordt over diezelfde normen en waarden, kortom aanpassing.
Nietzsche schrijft;
Het verzetten tegen zo een traditie, is in eerste instantie slecht voor de gemeenschap waarin de zedeloze, en daarmee ook de zondige, zich bevindt; Toorn van een wraakzuchtig god. [..] De traditie wordt (naarmate zij langer bestaat) heilig en wekt eerbied; En zo is in elk geval de moraal van piëteit een veel oudere dan de moraal die onegoïstische handelingen eist.
Verzetten tegen een traditie (zede) kan opgevat worden als een vorm van anarchie, maar hoeft dat zeker niet te zijn. Bijvoorbeeld de zondagsrust. Daar is op een langzame manier verandering in gekomen. Men mocht meer dan alleen wandelen, lezen of koffie en thee drinken met vrienden of familie. Men mocht sport en spel gaan bedrijven, met familie of vrienden, het zwembad ging open op zondag, sportwedstrijden werden ook op zondag georganiseerd enz. tot op koopzondagen toe. Het fundament onder de zeden lijken nu weggeslagen en vergeten, dit is het punt om de huidige zeden kritisch te beschouwen en hen eventueel aan te passen. Het voordeel is nu dat, dat kan gebeuren naar de huidige tijdsgeest. Terugkeer naar oudere waarden, zeden en gebruiken is dan een ongebonden terugkeer en geen opgelegde op basis van dwangmatigheid. Dat wil zeggen omdat het van oorsprong goed was. Het is als het ware een ‘vrije' invulling van nieuwe of aangepaste zeden.
Een andere invalshoek beschrijft Nietzsche als volgt:
‘ Een belangrijk type van lust, en dus van bron voor de zedelijkheid, ontstaat uit gewoonte". Een (goede) gewoonte is betrouwbaar dus nuttig en aldus zedelijk. Bovendien is zo'n gewoonte aangenaam, zij maakt verder nadenken overbodig. Er ontstaat nu een starre, verengde en misschien wel fundamentalistische zienswijze, die een individu een ander kan opleggen, maar die een collectief ook aan een individu kan opleggen. Het ‘gevaar' ligt hem in de gewoonte zelf, deze is prettig en betrouwbaar gebleken, maar dat wil niet zeggen dat er geen andere zienswijzen kunnen zijn die evenzo zedelijk, betrouwbaar en nuttig zijn. Het siert de mens die een gewoonte durft te onderzoeken en eventueel wil veranderen ten nut van zichzelf; de (oude / vaste) gewoonte is niet de enige voorwaarde van het bestaan. Sommige mensen durven dit niet in te zien, zie de eerder genoemde represailles, of willen dit niet in zien, echter; ' men neemt wel waar dat alle zeden, zelfs de hardste, met de tijd aangenaam en milder worden, en dat ook de strengste levenswijze ten slotte een gewoonte en daarmee een lust kan worden'.
Nietzsche pleit dus voor de vrije, redelijke geest en
zelfbeschikking, ook de filosoof
Immanuel Kant had dit inzicht.
De mens is autonoom en is heel goed in staat om zichzelf ‘wetten' voor te schrijven met betrekking tot de zeden. Beroemd is zijn categorische imperatief. Om tot de kern hiervan te komen volgt een uitwerking.
Categorisch wil zeggen dat een norm niet afhankelijk is van tijd en plaats en dat deze onvoorwaardelijk geldt. Een imperatief is een handelingsvoorschrift of verplichtende regel. Nu zijn er twee vormen van die verband houden met een categorische imperatief namelijk; een universaliteit beginsel en een wederkerigheids beginsel. Wat de eerste betreft: handel alleen via dat maxime waarvan je tegelijkertijd zou willen dat ze een algemene wet wordt. Wat de tweede betreft: handel zo dat je de mensheid zowel in je eigen persoon als in de persoon van ieder ander tegelijkertijd altijd ook als doel en nooit enkel als middel gebruikt. Ik gebruik nu Kants eigen; "Durf zelf te denken", als kritiek op zijn categorische imperatief. De nieuwe zeden die na onderzoek gebruikt gaan worden moeten ten alle tijden aan kritiek onderhevig blijven omdat anders het gevaar bestaat van te rigide vasthouden aan bepaalde morel regels, zonder oog te hebben voor de (grote) negatieve gevolgen van een handeling. Vraag is dan ook of een categorische imperatief praktisch wel zo consistent is (blijft) als zijn theorie wil.
Ik wil er het wat dit artikel betreft bij laten. Een conclusie kan zijn; wees kritisch ten opzichte van een gewoonte, onderzoek waar hij vandaan komt (filologie). Bepaal zelf autonoom of de zede juist en houdbaar is, durf hem te bekritiseren en eventueel te veranderen. Bevrijd je van dogma's. Doelen heiligen niet altijd de middelen. Kortom blijf samen (Ik en de Ander) kritisch, redelijk en handelend op weg naar Het Goede, wat dat ook zijn mag.
Noot* In de Chr. religie is een mens die zich aan de Chr. zeden houdt goed en hij die dit niet doet slecht, en vaak zeker vroeger heerste er het idee dat God dan wel eens sancties kon uitvoeren ten nadele van het ‘slechte' mens.
Uitzondering zijn die gelovigen, die men dat ook niet gelovigen goede mensen kunnen zijn.
Mensen die onegoïstisch zijn, dus aan naastenliefde doen en zorg dragen voor het algemene leefmilieu.
Geplaatst door: Tino van Kampen | 2009-02-10 14:51:00
Linda 11-02-2009
Mooi omschreven:-)
groeten, linda.
Dave 13-02-2009
Tino,
Mooi artikel, mijn complimenten.
Maup Smits 25-09-2009
. Jezus: " Heb uw Naaste lief als U zelve"
2. Kant : " Wat u niet wil dat U geschiedt, doe dat ook een Ander niet "
1 "Naaste" Wie is dat???????
2."Ander " Wie is dat ???????
1. Bij meervoud, dus meer dan één ( Naasten) en (Anderen) hebben we zuiver formeel meet- en taalkundig gezien al een probleem
Maar ethisch gesproken hebben we in het enkelvoud en meervoud altijd een probleem.!!
Dat laatste laat ik u zien aan de hand van een anecdote uit het leven van Kant zelf.
Voordat Kant plaats naam achter zijn schrijftafel maakte hij dwangmatig elke dag dezelfde wandeling precies op tijd . De medeburgers van zijn woonplaats Koningsbergen konden a.hw. hun klokken erop gelijk zetten.
Tijdens deze wandeling kwam hij op zekere dag een bedelaar tegen. Om zijn eigen stelregel (2) gestand te doen gaf hij deze ruimhartig een aalmoes.
De bedelaar ook niet mis , gaf dit gulle gebaar door aan zijn vriendje met als resultaat dat Kant de volgende dag twee aalmoezen kwijt was. Dit "zwaan kleef aan " effect ging zo maar door totdat de slager zijn trouwe wandelaar op de gezette tijd miste. Ongerust geworden ging de slachter op onderzoek uit en ontdekte dat onze filosoof toch maar zijn route verlegd had om de groeiende stroom bedelaars te ontlopen
En daar hebben we Kant gevangen in zijn eigen gekloste Kantwerk. Hij is zelf de klos geworden van zijn mooi opgezette filosofische gedachten spinsels. Zijn strakke rationaliteit , die hij samen gesmolten heeft tot de bekende smeedijzeren Categorische Imperatief (zie bij 2 de vereenvoudigde versie hiervan) is t.a.v de realiteit tot een breekijzer geworden. Nog een voorbeeld, maar nu uit eigen leven gegrepen.
Nu voor 't enkelvoud!
Ik als "ouwe zak" krijg er zo langzamerhand schoon genoeg van dat driekussen -ritueel bij begroetingen op recepties, feestjes etc. enz.
Daar kwam ik een dame tegen, die al diep in de kreukelzone verkeerde. Ik gaf haar afstandelijk met gestrekte arm een hand , maar daarmee trok zij haar wang naar voren om de tot norm verheven "3 Kisses of Life " gretig in ontvangst te nemen. Ja, ja dacht ik, dus leuk gevonden van die Kant , maar het raakt kant noch wal . Die strakke kantiaanse stelregel (Maxime) ga ik toch maar eens omdraaien tot een meer ludieke spelregel . Hij luidt dan als volgt:
"Wat gij graag wilt dat U geschiedt, misgun dat ook een Ander niet."
Ook daarvan ga ik u een voorbeeld geven:
Op dat zelfde feestje kwam enig moment later een prachtige jonge schoonheid voorbij. U raadt het al. Die ouwe rakker veranderde spontaan in een gulzige pakker.
Met volle overgave aan die driekussen - ceremonie ( ik had er nog wel graag 5 van gemaakt ook) kon ik nog maar net gretig de drie gerimpelde kisses op haar rimpeloze gladde wangen lanceren, die niet direkt spontaan glimlachend in ontvangst werden genomen.
Daarna ben ik enigszins gefrusteerd maar even aan de kant van de bar gaan staan om deze doctrine van Kant spiritueel te verwerken. Drank is mijn vijand en indachtig het ethisch gebod van Jezus " Hebt uw vijanden lief? " kon ik op het eind van deze bonte avond toch nog met een vol gemoed en geheel moreel verantwoord, maar nog wel weifelwankelend huiswaarts gaan, alwaar mijn trouwe huisdier-vriend , de kater , al op mij lag te wachten.
Maup.
-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Deze site is auteursrechtelijk beschermd, op dit werk is de Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.5 Nederland licentie van Creative Commonsvan toepassing, tenzij anders vermeld.
Overzicht van alle RSS/Atom feeds van De Webfilosofen. Privacy polices en cookie beleid voor deze website
Deze website is geproduceerd door Markei WEBDISGN.